Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.260
In dezen tijd begonnen vele Flanschen zich met ijver aan
bouw-, schilder- .«n snijkunst, alsmede aan de wetenschappen
te wijden. Als diepzinnig denker onderscheidde zich in 't
bizonder Abelard, die reeds als student door zijne scherpzin-
nigheid zoozeer de ijverzucht van zijne onderwijzers te Parijs
opwekte, dat hij zich genoodzaakt zag die stad te verlaten.
Eenige jaren daarna begaf hij er zich weder heen en opende
er zelf lessen. Hij had den leeftijd van acht en twintig jaar
bereikt, toen de kanunnik Fulbert te Parijs hem kost en
inwoning aanbood, op voorwaarde, dat hij in zijn vrijen tijd
diens schoone en talentvolle nicht Heloïse onderwijs zou geven.
Abelard nam het aanbod aan, maar de lessen, die hij aan
Heloïse gaf, leidden ertoe, dat beiden weldra eene vurige
liefde voor elkander gevoelden. Zij vluchtten samen naar
Bretagne, waar zij in de woning van Abelard's zuster werden
opgenomen, en weldra met toestemming van Heloïse's oom
Fulbert in den echt traden. Daar voor het bekleeden van
kerkelijke waardigheden het celibaat meer en meer een ver-
eischte werd, en Heloïse haar geliefden Abelard niet in den weg
wilde staan om tot eer en aanzien te geraken, ontkende zij,
toen beiden naar Parijs terug waren gekeerd, dat zij met
Abelard door den echt was verbonden. Haar oom Fulbert
liet daarop Abelard zoodanig verminken, dat hij volgens de
bepalingen ongeschikt was, als priester op te treden. In zijne
smart begaf hij zich als monnik naar St. Denis, en haalde
Heloïse over, insgelijks den sluier aan te nemen. Toen
zijne verblijfplaats bekend was geworden, stroomden zooveel
leerlingen naar hem toe, dat hij zich verplicht zag voorle-
zingen te houden. Daar hij leerde, dat de mensch zelfs in
kerkelijke zaken niet op het gezag van anderen, maaralleen
op eigen verkregen inzicht iets moet gelooven, en dat men
niet door kerkelijke plechtigheden, maar wel door waar berouw
zalig kon worden, werd hij door aanzienlijke geestelijken,
voornamelijk door den heiligen Bernhard abt van Clairvaux
nabij Langres, bestreden, en door kerkvergaderingen en pausen