Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.259
Theobald van Champagne. Suger daarentegen werd driemaal
door Lodewijk VI met diens gansche krijgsmacht bijgestaan,
en slaagde erin, de roofburchten van graaf Hugo te sloopen.
In 1123 werd Suger abt van St. Denis en richtte toen al
zijne aandacht op de geldmiddelen der abdij. Hij versierde
de kerk met eene overgroote hoeveelheid edel metaal en kost-
bare steenen, waaronder echter geene diamanten werden aan-
getroffen. Dewijl dit evenzeer in duizenden andere kerken
plaats had, werd gedurende de middeleeuwen een zeer groot
gedeelte van het edel metaal buiten circulatie gehouden, en
bleef het in verhouding van andere benoodigdheden veel te
hoog in prijs.
Suger, door Lodewijk VI tot raadsman genomen, wist
tegelijkertijd de voogdijschap, die de graven in 't Westen des
lands op de kloosters, en den invloed, dien de hooge geeste-
telijken op de regeering uitoefenden, te keer te gaan, en be-
woog den koning zijn zoon en troonsopvolger Lodewijk met
Eleonore, de erfdochter van den graaf van Guyenne, Sain-
tonge en Poitou, te laten huwen, om daardoor die graaf-
schappen aan de Fransche kroon te brengen.
Toen de koning in 1137 gestorven was, kreeg Suger onder
diens opvolger Lodewijk VII het geheele regeeringsbeleid in
handen. Met kracht werd de rust in 't rijk gehandhaafd, de
koninklijke macht uitgebreid en aan vele steden keuren of
charters geschonken, die aan de stedelingen verleende voor-
rechten bevatt'en. Uit de communes, wier aantal van nu af
sterk toenam, kwam de derde stand voort. Terwijl de com-
munes, in haar streven om onafhankelijke republieken te zijn,
de verbrokkeling van Frankrijk in de hand zouden hebben
gewerkt, heeft juist de derde stand de eenheid des rijks bevor-
derd. De gegoede burgers, die zich met de studie van 't Eomein-
sche recht bezighielden, leerden daaruit de noodzakelijkheid
inzien van de eenheid, die de kracht van 't Eomeinsche rijk
had uitgemaakt, en nu sloten zij zich aan bij de koningen,die
hetzelfde doel beoogden, maar ter uitbreiding van eigen macht.