Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.258
was Frankrijk aan groote verwarring ten prooi. Vooral in
het Noorden werden roof, moord, echtbreuk, en de schan-
delijkste wreedheden straffeloos gepleegd. Hoewel Lodewijk
reeds bij het leven zijns vaders als diens opvolger was erkend,
liet hij zich onmiddellijk tot koning kronen en zalven, zonder
op de komst van den aartsbisschop van Rheims te wachten,
die het recht had deze plechtigheid te verrichten. Hij maakte
zulk een spoed, ten einde den toeleg der aanzienlijke leen-
mannen te verhinderen om de reeds zoo onbeduidende konink-
lijke macht nog meer te beperken. Zeer duidelijk zag Lode-
wijk VI in, hoe voordeelig het voor hem was, het stichten
van communes te bevorderen. Menige stad, die zich met
zijne hulp geheel of gedeeltelijk vrij maakte, verbond zich
gaarne, hem eene jaarlijksche schatting te betalen, terwijl
hij veelal ook in staat was, zich de gerechtelijke boeten,
die anders aan den heer der stad, een abt, bisschop, graaf
of hertog vervielen, toe te eigenen, want in de vreugde der
pas verworven vrijheid werden de burgers niet zelden zoo
overmoedig, dat zij een strijd met dezen of genen edelman
durfden aanbinden, in welk geval de koning somtijds als
scheidsrechter optrad. Lodewijk wist zich zoo krachtig te
handhaven, dat hij zijn leenman Theobald, graaf van Cham-
pagne , die hem in macht evenaarde, kon vernederen.
Te dien tijde was er in de abdij van St. Denis een monnik,
Suger genaamd, die zich door zijne kennis onderscheidde en
de vertrouweling van zijn abt was geworden. Deze had hem
dikwijls gebruikt om op kerkvergaderingen, bij den paus en
bij den koning de belangen der abdij voor te staan, en bij die
gelegenheden had hij zich de genegenheid dier hooggeplaatste
personen weten te verwerven. Daar Suger tevens een kracht-
dadig man was, en het grondgebied der abdij veel te lijden
had van de moord-, roof- en vernielzucht van graaf Hugo
De Puiset, verplaatste de abt hem als proost naar Touri.
Drie jaren lang streed Suger nu aan 't hoofd zijner ruiters
tegen den dwingeland Hugo, die ondersteuning vond bij graaf