Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.256
L O d e w ij k VII, Filips II August en
Lodewijk IX de Heilige van Frankrijk.
Tijdens de eerste koningen uit het huis van Capet wisten
de machtige leenmannen zich zoozeer te doen gelden, dat de
overgroote meerderheid der minder machtige vrijen een hun-
ner als heer moesten erkennen, en zoo kwam men in Frank-
rijk tot de stelling: „geen grond zonder leenheer." Veel
meer dan in ,eenigen anderen staat van Europa verminderde
in Frankrijk het aantal vrijen, zoodat nog slechts zeer wei-
nig steden door vrije grondbezitters bewoond werden. Zulke
vrije grondbezitters werden goede lieden en hunne steden
goede steden genoemd. Wanneer de koningen eene verga-
dering der standen bijeenriepen, verschenen er ook afgevaar-
digden der goede steden, in de meeste Fransche steden,
vooral in het Noorden des rijks, bevonden zich echter geene
vrije grondbezitters, slechts onvrijen.
De verdrukking, die hun werd aangedaan, was niet langer
te verduren. Gewoonlijk bekommerde de heer eener stad,
hetzij hij bisschop, graaf of hertog was, zich alleen om het
getrouw opbrengen en uitvoeren van de willekeurig opgelegde
belastingen en heerendiensten, en droeg hij niet de minste
zorg voor het handhaven van rust en orde in de stad. Daar-
door konden de edelen er ongestraft rooven en moorden, en
bovendien hunne dienaren in bescherming nemen, wanneer
dezen zich ten eigen bate aan het afpersen en mishandelen
der ingezetenen hadden schuldig gemaakt. 'Wanneer vreem-
delingen of landlieden eene stad bezochten zonder zich een
vrijgeleide te hebben gekocht, stonden zij eraan bloot, door
dezen of genen edelman gevangen genomen te worden, die
hun de vrijheid slechts tegen een losgeld teruggaf. De inge-
zetenen zeiven liepen gevaar, hunne vrijheid, zelfs hun leven,
te verliezen, wanneer zij zich des nachts buiten hunne woning
waagden.