Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.251
derik I Barbarossa, die er het eerst aanleiding toe gaf, ver-
vingen zij de consuls door een podesta of gonfalouKre, een
krijgshaftig edelman, die geen burger der stad was en aan
't hoofd stond van een bende krijgslieden. Hij was hoofdza-
kelijk belast met de verdediging der stad en het handhaven
der orde. Al hadden de burgers minder invloed op de ver-
kiezing van een podesta dan op die van de consuls, toch
waren zij met deze nieuwigheid ingenomen , omdat daardoor
de rust onder de woelzieke edelen beter kon worden gehand-
haafd. Zoodra de podesta vernam, dat een of ander edelman
de orde verstoorde, liet hij de rechtsvaan (gonfalone) uit zijn
paleis steken, de burgers met trompetgeschal onder de wape-
nen roepen en trok hij te paard aan het hoofd zijner krijgs-
lieden en gevolgd door de gewapende burgers de straten langs
naar de woning van den schuldige. Zoodra hij er zich, ge-
woonlijk na een meer of minder langdurig beleg, van had
meester gemaakt, liet hij haar slechten, en werd niet zelden
de overwonnen edelman met den dood gestraft. Gewoonlijk
zocht ieder zijne vrijheid door eigen kracht te handhaven, en
wachtte men slechts hulp van de stadsregeering, wanneer
het verstoren der orde alle perken te buiten ging. Er werd
niet aan gedacht, dat een podesta zich van de oppermacht
zou meester maken: men vreesde alleen voor zijne partijdig-
heid, en daarom werd hij gewoonlijk gekozen door afgevaar-
digden van de twee vijandige partijen der stad. Naarmate de
burgerij in welvaart en macht toenam, verloren de edelen
hun aanzien. De Milaneezen verdreven in 1285 de edelen
uit hunne stad. In andere steden werden de edelen van het
bekleeden van overheidsambten uitgesloten. Sedert 1284 werd
daarom in sommige steden een handwerksman, die de orde had
verstoord, gestraft met zijn naam op de lijst der edelen te plaat-
sen. In Florence moest ieder edelman eene aanzienlijke som
gelds als borg stellen, die hij verbeurde, wanneer hij zich niet
rustig gedroeg. Een edelman, die zich voor de stad verdienstelijk
maakte, werd ter belooning onder de burgers opgenomen.