Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.249
Deze willekeur bracht een nieuwen druk teweeg, die vooral
gevoeld werd door de in de stad gebleven leden der Eicher-
zeche. Op Paaschdag van het jaar 1260 ontstond er in eene
kerk een gevecht van visschers en slachters met leden der
Eicherzeche, waarbij een visscher gedood werd. Nu grepen
alle burgers naar de wapenen, en werden er nog 16 gedood
en 60 gewond. De aartsbisschop maakte van deze gelegenheid
gebruik om de Eicherzeche uit te roeien of althans te ver-
nederen. Hij beval, dat hare leden de stad moesten verlaten,
of, indien zij wilden blijven, hem 600 Mark betalen en
barrevoets in zijn zaalhof (de woning van een landsheer)
voor hem verschijnen. Maar na weinige dagen brak de
strijd opnieuw uit. De Eicherzeche beklaagde zich over de
schraapzucht der nieuwe schepenen en wees vier der schul-
digen met name aan. De aartsbisschop weigerde te helpen,
omdat hij zelf de nieuwe schepenen had aangesteld. Eerst
toen de alarmklok begon te luiden, verklaarde hij zich bereid
in zijn zaalhof de aanklacht te onderzoeken. Nu was het
echter te laat. Eeeds hadden de bedreigde schepenen de
handwerkersgilden te wapen geroepen; en stonden de leden der
Eicherzeche ten strijde gereed. Toch wist de aartsbisschop
zijn doel door list te bereiken. Hij lokte twintig leden der
Eicherzeche, en daaronder de vier machtigste, in zijn zaal-
hof, nam hen daar gevangen, en zond hen toen naar ver-
schillende oorden buiten de stad. De overigen namen hierop
de vlucht, en toen sprak de aartsbisschop een vonnis over hen
uit, waarbij zij van hunne huizen en goederen beroofd wer-
den. De aartsbisschop had nu de stadsregeering in handen,
en om zijne macht te bevestigen, bezette hij de muren en
poorten der stad. De Eicherzeche gaf echter den strijd niet
op. Zij wist zich onder Koenraad's opvolger, Engelbert
van Ealkenburg, weder van de poorten der stad meester te
maken, en eene verzoening met den nieuwen aartsbisschop
tot stand te brengen. Daarbij werden de vrijheden der stad
hersteld, d. i. de Eicherzeche kieeg hare voorrechten terug.