Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.247
geworven voor den dagelijtschen dienst. In tijden van oorlog
namen de steden somtijds edelen en ander krijgsvolk in soldij.
Evenals er in de marken reeds gilden of genootschappen be-
stonden, vond men ze ook in de steden. Zeer vaak vormden
de burgers, die een deel van den stadsgrond in eigendom
bezaten , een eedgenootschap. Zij werden goede lieden ge-
noemd in tegenstelling van de andere burgers, die arme iiec^en
heetten. Op verschillende wijzen verbonden zich eenigen van
de burgers eener stad tot gilden om eenig doel te bereiken;
niet het minst om eigen belangen en eigen welvaart ten
koste van anderen te bevorderen , want gedurende de Mid-
deleeuwen en nog later begreep men de mogelijkheid niet
van het toenemen der algemeene welvaart. Men dacht, dat
bizondere personen en bepaalde klassen slechts door het on-
derdrukken van anderen tot meer welstand konden geraken.
Vandaar, dat in de Middeleeuwen de rust en orde in de ste-
den telkens werd verstoord. Als voorbeeld daarvan kunnen
de gebeurtenissen dienen, welke in 1259 te Keulen plaats
hadden.
Toen de Franken zich in het verwoeste Keulen vestigden,
verdeelden zij op oud-Germaansche wijze het land onder elkan-
der. Dientengevolge ontstonden er in de stad en in hare naaste
omgeving eene menigte heerenhoeven, tot welke wijnbergen,
akkers, weiden, bosschen en onbebouwde gronden behoorden.
Aldus vormden zich in en om de stad eenige mark- of dorpge-
nootschappen. Toen deze later tot eene stad waren vereenigd,
maakten de rijkste oud-burgers der oude stad (rijkdom be-
stond toen bijna uitsluitend in grondbezit) een genootschap
of gilde uit, Richerzeche genoemd. De leden der Richer-
zeche kozen uit hun midden jaarlijks de burgemeesters en
genoten aanzienlijke inkomsten, o.a. moesten de handwerkers-
gilden hun eene jaarlijksche schatting opbrengen. Opmerkelijk
is het, dat in Keulen zelfs de rechtspraak in handen van
een gilde of eene broederschap was, waarvan de loden gedu-
rende het jaar, dat zij met de rechtspraak belast waren,