Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.246
rechten der burgers. Bij iedere huldiging van een nieuwen
landsheer werden gewoonlijk door dezen de privilegiën tegen
betaling eener goede som gelds opnieuw bezworen. Aldus
maakte in de steden de hoorigheid der burgers langzamerhand
plaats voor het betalen van belasting of cijns aan den heer
der stad.
De burgers bleven steeds tot krijgsdienst verplicht. Die
van de rijkssteden aan den koning, die der overige steden
aan hun heer. Zij moesten niet alleen hunne stad, waarin
zij geene vreemde bezetting duldden, verdedigen , maar ook
te velde trekken. Meestal verrichtten zij krijgsdienst te voet,
het eerst noodige voor de verdediging der stad, maar in vele
steden waren er ook een aantal burgers , die te paard stre-
den. Alle burgers moesten in 't bezit zijn van wapenen en
in menige stad was onder bedreiging van straf bevolen, dat
zij op zon- en feestdagen, //gelijk het mannen betaamde,"
een zijdgeweer droegen. Het hoofdwapen van het voetvolk
bestond aanvankelijk uit handbogen, die langzamerhand door
de voet- of kruisbogen, bij welke de boog van staal was ,
en door lansen, welke weer tot hellebaarden overgingen,
werden vervangen. Het voetvolk droeg gewoonlijk een storm-
hoed van ijzer, en een dik gevOerden lijfrok, die soms met
ijzeren plaatjes was bedekt en dan schubbenjak heette. Later
werd over den lijfrok een maliënkolder en eindelijk een
borstharnas gedragen. In verscheidene steden droegen de ge-
wapende burgers bovendien met ijzer bedekte lederen hand-
schoenen , halsbergen, beenstukken enz. De burgers, die
ruiterdienst verrichtten, waren geheel geharnast en oefenden
zich op dezelfde wijze als de edelen in den wapenhandel.
Oorspronkelijk ontvingen de burgers geene soldij en bekos-
tigden zij hunne eigene wapenrusting. Toen echter het wacht-
houden op de stadsmuren, zoowel bij nacht als bij dag, in
steden , waar de nijverheid zich ontwikkelde, drukkend begon
te worden, kregen eerst de burgers verlof, plaatsvervangers
te stellen, en werd eindelijk eene bezoldigde manschap aan-