Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
2U
maar het overige van den stadsgrond was het eigendom van
de vrije burgers. De bisschoppen, die als landsheeren de
openbare macht uitoefenden, zochten gewoonlijk inbreuk te
maken op de vrijheid der burgers, waardoor dezen somtijds
in een toestand geraakten, die het midden hield tusschen
vrijheid en hoorigheid. Niet zelden echter wisten de burgers
hunne vrijheid te handhaven. Zoo stonden in 1074 zes-
honderd van de rijkste kooplieden te Keulen op het punt de
stad te verlaten, omdat de aartsbisschop een handelsschip voor
den dienst van zijn hof in beslag wilde nemen. Deze wille-
keur gaf aanleiding tot een opstand, die slechts met moeite
onderdrukt werd en den aartsbisschop bijna het leven kostte,
In Worms hadden de bisschoppen oorspronkelijk in 't geheel
geen grondbezit. Het was eene koningsstad en langen tijd de
hoofdzetel van de Frankische keizers, die behalve een paleis
of koningshof nog een aanzienlijk grondbezit in de stadsmark
bezaten. Dit grondbezit kwam echter langzamerhand aan den
bisschop.
Landheerlijke of vazal-steden zijn er oorspronkelijk zeer
veel geweest, want daartoe behoorden alle steden, die voort-
kwamen uit een dorp , dat het eigendom van een heer was.
In eene menigte van zulke steden waren dan ook alle bur-
gers hoorigen. Daarentegen deed zich ook het geval voor,
dat lijfeigenen en hoorigen in deze of gene stad het burger-
recht wisten te verwerven; zij bleven dan echter verplicht
hun heer schatting te betalen en hem de gevorderde diensten
te bewijzen. Mettertijd wisten de meeste vazalsteden zich aan
hun heer te onttrekken, en werden zij even vrij als de rijks-
steden. De gemengde steden waren gedeeltelijk vrij, gedeel-
telijk het eigendom van een heer, of wel op het gebied van
verschillende landheeren aangelegd.
Wanneer een dorp ommuurd was geworden, bleef de ver-
houding van de ingezetenen tot den landheer, evenals de
rechtspraak en alles, wat het bestuur betrof, onveranderd.
Gewoonlijk trachtten bevolking en landheer elkanders rechten