Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.243
na den ander onderwierp hij. Acht jaren na den dood van
Ottokar moest ook Everhard II van Wurtemburg voor hem
onderdoen.
Het was eene weldaad voor Duitschland, dat Rudolf al
zijne krachten aan dit rijk wijdde, en niet zooals vroegere
keizers zijn gezag in Italië wilde doen gelden. „Italië,"
plag hij te zeggen, „gelijkt op een leeuwenhol; ik zie wel
voetstappen, die erin gaan, maar geene, die eruit komen."
In zijne pogingen om tijdens zijn leven zijn zoon Albrecht
tot troonsopvolger te doen verkiezen, slaagde Rudolf niet.
De vorsten zagen met ongenoegen, dat hij de macht van
zijn huis steeds uitbreidde, en vreesden, dat het geslacht
Habsburg hun te machtig zou worden. Zij durfden Rudolf
zijn verlangen niet weigeren, maar wisten steeds te bewerken,
dat de kroning van zijn zoon werd uitgesteld, in de hoop,
dat hij zou sterven, eer dit was geschied. Zij bereikten
hun doel.
De Steden.
Gelijk wij vroeger zagen, ontstonden de steden uit dorpen,
die met een stadsmuur werden omgeven. Daarom bleven de
steden ook verdeeld in vrije, landheerlijhe en gemengde.
Vrije steden, die door vrije burgers werden bewoond en niet
het eigendom waren van een landheer, zijn er waarschijnlijk
slechts weinig geweest. Die vrije steden waren rijkssteden,
wanneer zij op een rijksgrondgebied, dat niet onder een leen-
man stond, gelegen waren, en vorstelijke of landsheerlijke
steden, wanneer zij op het gebied lagen van een rijksvorst,
zonder dat deze eigenaar was van den grond, die tot de stad
behoorde. Tot die landsheerlijke steden behoorden alle door
de Romeinen langs den Rijn gestichte steden, waar zich reeds
vroeg bisschoppen hadden gevestigd. Gewoonlijk bezaten de
bisschoppen er een hof, waartoe nog eenige grond behoorde.