Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.242
eene reis door het rijk. Allerwegen toonde hij zich minzaam
jegens geringen en aanzienlijken, die bij hem recht kwamen
zoeken. Toen eens zijne dienaren een geringen man, die
hem spreken wilde, afwezen, en Rudolf dit bemerkte, zeide
hij: //Niet daarom ben ik koning om in eene gesloten kast
te wonen, maar om iedereen recht te verschaffen." Hoezeer
Rudolf de achting en liefde van het algemeén wist te verwer-
ven , blijkt uit de menigte verhalen , die van zijne voorko-
mendheid , eenvoudigheid en hulpvaardigheid worden medege-
deeld. Zoo wordt verhaald, dat hij eens in Zwitserland een
geestelijke ontmoette, die zich met de heilige hostie naar een
stervende begaf, maar door een woesten bergstroom, die
buiten zijne oevers was getreden, plotseling werd tegenge-
houden, Yol eerbied voor het heilige, dat de priester bij
zich droeg, steeg Rudolf van zijn paard, liet er den priester
plaats op nemen en geleidde hem, het dier bij den teugel
houdende, door het water. In den oorlog verstelde hij met
eigen hand zijn wambuis, en eens, toen hij met zijne krijgs-
lieden gebrek aan voedsel had, ging hij, evenals zij, worte-
len op de akkers zoeken, en deelde en at hij met hen, wat
er gevonden werd.
Onder de vorsten, die Rudolf niet wilden erkennen, behoorde
de machtige Ottokar van Bohemen. Hij verscheen op geen
enkelen rijksdag, en toen op dien te Nürnberg in 1274 werd
vastgesteld, dat alle gewesten, die sedert den dood van Ere-
derik II van het rijk vervreemd waren, teruggegeven moesten
worden, greep hij naar het zwaard om zich in het bezit van
Oostenrijk, Stiermarken, Karinthië en Krain te handhaven.
Rudolf trok tegen Ottokar op en overwon hem na een lang-
durigen en hardnekkigen strijd. Op de vlucht werd Ottokar
door eenigen der zijnen, die zich op hem wilden wreken,
vermoord. Met de verschillende deelen zijner uitgebreide
bezittingen beleende Rudolf onderscheidene vorsten. Oosten-
rijk kwam aan zijn zoon Albrecht. Voortdurend had Ru-
dolf te strijden tegen weerspannige vorsten, maar den een