Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.239
Allerwegen verrezen weder roofburchten en op het voorbeeld
der roofridders vormden de boeren in de uitgestrekte bosschen
rooverbenden. Men kon in die dagen in Duitschland niet
reizen zonder gewapend geleide. De steden, wier handel onder
deze rampzalige omstandigheden zeer leed, besloten zich zel-
ve te helpen. Met Worms en Mainz aan 't hoofd sloten
een zestigtal steden het Rijnverbond. Zij brachten een klein
leger, en op den Rijn eene vloot van 150 gewapende sche-
pen bijeen om den handel te land en op de rivier te bescher-
men. Op den rijksdag te Oppenheim in 1255 bekrachtigde
koning Willem het steden verbond, waarbij zich spoedig eenige
edelen aansloten, die later de oorzaak waren, dat het ont-
bonden werd. Duurzamer, ofschoon aanvankelijk van ge-
ringer invloed, was het stedenverbond, dat in Noord-Duitsch-
land onder den naam Hanze tot stand kwam en Lübeck en
Hamburg aan 't hoofd had. Niet beter werd de toestand,
toen Willem in 't volgende jaar den dood in een oorlog tegen
de West-Friezen had gevonden (1256).
Met uitsluiting van andere vorsten eischten nu de drie
rijkskanseliers, de aartsbisschoppen van Mainz, Trier en Keulen,
en de bekieeders der vier hoogste rijksambten, dat van opper-
kamerheer, opperhofmeester, opperstalmeester en opperschen-
ker (de vorsten van Saksen, Brandenburg, de Paltz en Bo-
hemen) voor zich het recht, een nieuwen keizer te kiezen.
Dewijl geen Duitsch vorst naar die waardigheid dong, werkte
de aartsbisschop van Keulen, Koenraad van Hochstaden, de
stichter van den Keulschen dom, voor den broeder van den
Engelschen koning Hendrik III, Richard Van Comwales,
wiens rijkdommen hem in staat stelden een groot aantal
Duitsche vorsten door omkooping op zijne hand te krijgen.
Hij kwam naar Duitschland over en werd in 1257 te Aken
gekroond, waarna hij ^ich weder naar Engeland begaf. Met
deze keuze hadden zich echter de aartsbisschop van Trier en
de vorsten van Saksen en Brandenburg niet vereenigd. Zij
ondersteunden Alfonsus X van Castilië, die insgelijks groote