Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.17
op en waarschuw, en prijs uw Heer! Reinig uwe kleederen,
vermijd de onreinheid. Wees niet mild met het doel om u
zei ven te bevoordeelen, en duld voor uw Heer!"
Van nu af hield Mohammed zich stellig overtuigd, dat hij
eene goddelijke roeping had als profeet. Zijn vast geloof deed
al spoedig Chadidja gelooven, die hem van nu af bemoedigend
en vertroostend ter zijde stond, wanneer^-^jp(röMr--aH4«!ien
voor een dwaas gehouden, en uitgelach® WjgtB. siDe krin^
der geloovigen werd nu spoedig uitgebreju tciL^ Mafemmed'^
vier dochters, zijn tienjarigen neef Mij dei'jon^en^^ooii
van Aboe Talib, zijn vriend en vertrouweliiig^ Aboé BèÜ', eh
nog enkele andere Mekkanen. ƒ [
Mohammed gaf aan ieder, die in zijne lier ^élóofd^^ d^'naajm
moslim (die zich aan God overgeeft); mmr hêfcaairt^ m/^
(Muzelmannen) nam niet snel toe. De méesté^warèïj oniV^rscltil-
lig voor zijne prediking, en zij die h® gelBdf aain;ééi)k^odmet
redelijkst vonden, konden Mohammecf nQ£?voo|^eeiï(èodKe-
zant houden en dreven den spot met h^i^en-^fentwint
mannen van aanzien, meerendeels hoomcw voormirfi^ste
geslachten in Mekka, achtten de beweging, door Mohammed
in 't leven geroepen, gevaarlijk, en werkten hem in 't geheim
tegen, terwijl zij den schijn aannamen, zich niet met de zaak
te willen inlaten. 4
Vijf jaren had Mohammed, zonder openlijk als leeraar op te
treden, getracht, het aantal zijner aanhangers te vermeerderen,
toen hij, in eene zinsvoorspiegeling, uit den hemel het bevel
ontving, openlijk de leer te verkondigen: //Er is geen god
behalve Allah, en Mohammed is zijn profeet." Met vurigen
ijver aanvaardde Mohammed zijne taak, maar door openlijk
de afgoden te verwerpen, randde hij de overgeleverde leer der
zoo hoog vereerde voorvaderen aan, en aldus haalde hij
zich den haat der groote menigte op den hals.
De aanzienlijken, die hem vroeger slechts geminacht hadden,
meenden hem nu onschadelijk te moeten maken. Dit was
echter niet gemakkelijk, want evenmin als de zwervende
II. 2