Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.236
telingen bevonden, van wal gestoten, toen Frangipani ver-
nam, wat er plaats had. Haastig berekenende, dat Karei van
Anjou hem beter zou kunnen beloonen dan de jeugdige Kon-
radijn, vergat hij gemakkelijk de weldaden van diens groot-
vader, en zond hij den vertrekkenden een snelvarend, sterk
bemand schip achterna. Frangipani maakte zich op die wijze
van Konradijn en de zijnen meester en verkocht hen aan
Karei van Anjou. Deze stelde, om zijn schandelijk plan een
schijn van recht te geven, de zaak van Konradijn in han-
den van eene rechtbank. Een der rechters beweerde, dat
Konradijn, in de overtuiging van zijn goed recht op zijn
vaderlijk erfgoed, en niet als een roover in het land was
gekomen, en dus verdiende met verschooning te worden be-
handeld. Al de rechters op één na vereenigden zich met die
woorden en stemden tot vrijspraak. Die ééne echter, Roberto
Di Bari, beweerde, dat de jeugdige vorst den dood had ver-
diend, en aan deze uitspraak hield zich Karei. Hij droeg
Roberto Di Bari op, Konradijn en Frederik op het schavot
het vonnis voor te lezen. Het luidde, dat zij met hunne
vrienden ter dood werden veroordeeld wegens roof, oproer
en hoogverraad. Deze beschuldiging deed onder de aanwe-
zige ridders een gemor van ontevredenheid ontstaan. Een
hunner, Robert van Vlaanderen, Karel's schoonzoon, was er
zoo verontwaardigd over, dat hij Di Bari toevoegde: ^Wat
vermeet gij u, eerlooze schurk, een zoo uitstekend ridder ter
dood te veroordeelen!" en te gelijkertijd trok hij zijn zwaard
en gaf er Di Bari zulk een houw mede, dat deze zwaar
gewond moest worden weggedragen. Deze daad vond bijval,
maar eene poging om de ongelukkigen te bevrijden werd niet
gewaagd, uit vrees voor Karei, die uit een venster van het
kasteel naar de terechtstelling zag en een wenk gaf, ermede
voort te gaan. Yoor de laatste maal omhelsden Konradijn
en Frederik elkander, en toen het hoofd van Konradijn viel,
gaf Frederik een luiden gil. Terstond daarna deelde hij het
lot van zijn vriend, terwijl de overige getrouwen van Kon-