Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.235
hem, dat de gansche bevolking tegen Karei van Anjou zou
opstaan, indien hij zich slechts, al was het met eene geringe
legermacht, vertoonde. Met opgetogenheid luisterde de vijf-
tienjarige jongeling naar die woorden. Zijne moeder zocht
hem in hare bezorgdheid tot kalmte te brengen door hem erop
te wijzen, dat het schoone Italië zooveel Hohenstaufen in hun
verderf had laten loopen. Het was te vergeefs. Konradijn kon
den lust om zijn erfland te heroveren niet bedwingen. Hij
verpande al, wat hem nog was overgebleven, om een klein
leger bijeen te brengen, en ondernam het volgende jaar (1268)
met zijn boezemvriend Frederik van Oostenrijk den gewaag-
den tocht. Ofschoon hij met geldgebrek had te worstelen
en dientengevolge vele Duitsche ridders, die hem trouw
hadden gezworen, naar huis terugkeerden, bereikte Konra-
dijn met 3000 man zijne erflanden. Thans scheen het ge-
luk hem toe te lachen. Apulië en Sicilië geraakten in op-
stand. Bij Tagliacozzo kwam Konradijn tegenover het leger
van Karei van Anjou. Met onstuimigen moed vielen de Duit-
schers aan, en het duurde niet lang, of zij dreven Karel's
troepen vluchtend voor zich uit. Te vroeg echter hielden zij
zich van de overwinning verzekerd. Kort voor den slag had
Alard De St. Valtri, een Fransch ridder, die geruimen tijd
tegen de Saracenen gestreden had, en pas uit het Heilige
Land terug was gekeerd, zich bij Karei aangesloten en dezen
den raad gegeven, eene uitgelezen afdeeling van zijn leger
in hinderlaag te stellen en niet eerder in 't gevecht te bren-
gen, eer de Duitschers, zich overwinnaars wanende, de gele-
deren verbraken, om te kunnen plunderen. Deze afdeeling
viel nu aan en deed de kans geheel keeren. Konradijn en
Frederik wisten met eenige getrouwen te ontkomen. Zij be-
gaven zich naar Astüra, het gebied van Frangipani, wiens
geslacht door Frederik II met weldaden was overladen, en
waar Konradijn dus wel gelegenheid hoopte te vinden, zich
naar Sicilië te kunnen inschepen. Aanvankelijk ging alles
naar wensch. Reeds was het schip, waarop zich de vluch-