Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.233
steld door de beide sleutels in het pauselijk wapen. Frede-
rik II daarentegen wierp snel de beschuldiging van Inno-
centius IV van zich af, als zou hij eens gezegd hebben:
„De wereld is door drie bedriegers, Mozes, Jezus en Mo-
hammed, om den tuin geleid," maar in waarheid was hij
een vrijdenker en stelde de uitspraken van .'t verstand
boven het geloof op gezag. Met ijver wijdde hij zich aan
de wetenschappen, welke nog in zijne dagen bij de Mo-
hammedanen veel hooger waren opgevoerd dan bij de Chris-
tenen. Innocentius IV deed Frederik II in den ban, en paus
en keizer bestreden elkander met eene bloeddorstige wreed-
heid. Na veel moeite slaagde de paus erin Hendrik Raspe,
den landgraaf van Thüringen, over te halen als keizer tegen
Frederik II op te treden. Diens zoon Koenraad echter ver-
sloeg den tegenkeizer, die gewond naar Thüringen terug-
keerde en spoedig daarna op den Wartburg overleed. Ter-
stond zag Innocentius IV naar een nieuwen tegenkeizer uit
en vond er een in den jeugdigen, bekwamen Hollandschen
graaf Willem II, die in 1247 door drie bisschoppen en een
paar wereldlijke vorsten werd gekozen. Dewijl het woord
paap toen de gewone benaming der geestelijken was, noemden
de Duitschers hem spottenderwijze den papenkoning. Onaf-
gebroken zette Frederik II den strijd in Italië voort, totdat
hij in 1250 aan eene ziekte overleed. De geestelijkheid
wist te verhalen, dat tot straf voor zijne vergrijpen tegen
de kerk zijn lichaam nog bij zijn leven tot ontbinding was
overgegaan. De onwaarheid dezer bewering kwam aan't licht,
toen in 1783 de koninklijke graven te Palermo werden geopend,
en men het lijk van Frederik II nog in gaven toestand vond.
Zijn zoon, die zoo lang en zoo trouw Duitschland voor
hem had bestuurd, verving hem als Koenraad IV; maar een
groot aantal Duitsche vorsten weigerden hem de gehoorzaam-
heid, en nu trok de tegenkeizer Willem II tegen hem op.
Bij Oppenheim aan den Rijn, ten Z. van Mainz, werd Koen-
raad IV door Willem II geslagen, en daarop begaf hij zich