Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.232
Bologna in een veldslag gevangen genomen. Noch door be-
bedreigingen, noch door het aanbieden van een aanzienlijken
losprijs (een zilveren ring, die de muren van Bologna kon
omvatten) slaagde Frederik II erin zijn geliefden zoon de
vrijheid terug te doen geven. De burgers vaardigden eene
wet uit, krachtens welke Enzio's vrijlating voor altijd werd
verboden. Toen werd list te baat genomen. Twee zijner
vrienden beproefden, hem in een leeg vat, waarin hem wijn
was gezonden, te laten wegdragen; maar toen uit het spon-
gat, waardoor hij lucht moest scheppen, een zijner schoone
lokken te voorschijn kwam, werd de poging ontdekt en de
ongelukkige Enzio in een duisteren kerker geworpen, waar
hem het verkeer met anderen was ontzegd. Hij stierf, na
de laatste twee en twintig jaren zijns levens van da vrijheid
beroofd te zijn geweest. De Bologneezen schonken zijn lijk
eene koninklijke begrafenis en versierden zijn graf met een
marmeren gedenkteeken.
Kort na den zeeslag bij Meloria overleed Gregorius IX.
Frederik II stelde daarop de gevangengenomen prelaten in
vrijheid, opdat zij deel zouden kunnen nemen aan de ver-
kiezing van een nieuwen paus. De kardinalen waren spoedig
met de keuze gereed, doch de nieuwe paus stierf reeds
zestien dagen na zijne benoeming, en daarop duurde het twee
jaar, eer men het over de keuze van een opvolger eens was.
Toen men Frederik berichtte, dat de gekozene een kardinaal
was, die zich steeds welwillend jegens hem betoond, en
den naam Innocentius IV aangenomen had, zeide hij: ,/Ik
vrees, dat ik onder de kardinalen een vriend heb verloren,
dien ik als vijand op den pauselijken zetel terug zal vinden.
Een paus kan niet tot de Ghibellinen behooren." En wel
waren de beginselen van den paus en den keizer onvereenig-
baar. Volgens Innocentius IV stichtte Christus niet slechts
eene kerkelijke, maar ook eene wereldlijke heerschappij, en
gaf hij Petrus zoowel het bestuur over het aardsche, als over
het hemelsche rijk, gelijk duidelijk en gepast werd voorge-