Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.16
verontrust gemoed bevredigen. Het meest voelde hij zich
nog aangetrokken door hen, die alle goden behalve Allah ver-
wierpen.
Onophoudelijk in onrust gehouden door de gedachte aan
eene eeuwige wedervergelding en aan de onsterfelijkheid, zwierf
hij eenzaam door de dorre omstreken van Mekka langs naakte
rotsen, steile hellingen en gapende afgronden. Hij vermeed
de menschen, legde zich telkens vasten op en verdiepte
zich voortdurend in vurige gebeden. Zoo geraakte hij in steeds
grooter opgewondenheid. Eens dat hij nabij den berg Hira
tengevolge van overspanning was neergezegen, verscheen hem
in zijne verbeelding een bovenaardsch wezen, door de over-
levering de engel Gabriël genoemd, dat hem drukte en toesprak:
//Predik!" „Ik kan niet' prediken," antwoordde Mohammed
onthutst. Maar tot driemaal toe gevoelde Mohammed den
druk, en hoorde hij hetzelfde woord van de verschijning, die
daarop verdween.
Nu volgde voor Mohammed een tijd van bittere ellende.
Hij wist niet of hij met eene werkelijke verschijning of met
eene zinsvoorspiegeling te doen had. Was het eerste waar,
dan rekende hij erop, dat het bovenaardsch wezen tot hem
terug zou keerenj maar het kwam niet. Eadeloos liep hij
fond. Hij hield zich voor krankzinnig. Zulk een leven was
niet uit te staan. Hij vatte het voornemen op, er een einde
aan te maken door zich in een afgrond te storten. Toen
had hij weder eene verschijning van den geest, die hem
geruststelde en hem openbaarde, dat hij eene goddelijke roe-
ping te vervullen had.
Zoodra hij die woorden vernam, viel hij op den grond.
Maar weldra stond hij op, ijlde naar zijn huis en riep bij
het binnentreden, daar hij een aanval van zijne kwaal voel-
de opkomen: „Wikkelt mij in!" Men deed het, bespren-
kelde bovendien zijn gelaat met water en spoedig daarop
wekte hem de geest met de in de LXXIV Soera (hoofdstuk)
van den Koran vermelde woorden: //O ingewikkelde! Sta