Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.226
aansche steden. Den keizer verbleef de opperheerschappij,
maar de steden verkregen het recht, zich zeiven te besturen
en hare eigene hoogste overheidspersonen, hetzij twee consuls,
hetzij een podesta te verkiezen.
Frederik I Barbarossa overleed, gelijk wij later zien zul-
len, op den derden kruistocht. Hij werd opgevolgd door
zijn zoon Hendrik VI, die door zijne gemalin Constantia
recht kreeg op den troon van Napels, toen deze door den
dood van koning Willem II was opengevallen. Wel kozen
de Normandische baronnen Tancredo van Lecca, een onwetti-
gen zoon van Constantia's broeder, tot koning, doch met
behulp der Lombardische, steden wist Hendrik zich van
Napels en Sicilië meester te maken. Reeds op den leeftijd
van twee en dertig jaar kwam Hendrik VI onverwachts te
sterven. De Duitsche stedelingen en landbewoners be-
treurden hem, want zij hadden niet gelijk de rijks-
grooten, die zijn gezag hadden zoeken te verkleinen, van
zijne heerschzucht, trouweloosheid en bloeddorstigheid te
lijden gehad. Hij liet een driejarig zoontje, Frederik, na,
dat de rijksgrooten beloofd hadden als zijn opvolger te ver-
kiezen ; maar bij zijn dood besloot de partij, die den Hohen-
staufen vijandig was, en de aartsbisschoppen van Keulen en
van Trier aan haar hoofd had, uit een ander geslacht een
keizer te kiezen. Na veel getwist en bloedvergieten werd de
jongste zoon van Hendrik den Leeuw als Otto IV verkozen.
Constantia zocht nu ten minste Napels en Sicilië voor
haar zoon te bewaren. De Normandische baronnen wilden
het kind van den troon stooten, doch zijne moeder wist dit
te verhinderen door de hulp van den kort na Hendrik's
dood verkozen paus Innocentius III. Deze paus, die zich
door geleerdheid, werkzaamheid en reinheid van zeden onder-
scheidde , wist de macht der kerk tot haar toppunt te bren-
gen. Hij trachtte de stelling ingang te doen vinden, dat
de paus, als stedehouder van Christus, de leenheer van alle
vorsten was. Terstond na zijne wijding dwong hij den kei-