Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.224
omdat vele Duitschers naar hunne haardsteden waren terug-
gekeerd, gaf hij gehoor aan den voorslag der Lombardi-
sche steden om een wapenstilstand te sluiten en dien te
besteden aan het voeren van vredesonderhandelingen. Hij
hoopte zich dien tijd ten nutte te kunnen maken, om zijn
leger met nieuwe Duitsche troepen te versterken, en wendde
zich in de eerste plaats om hulp tot Hendrik den Leeuw.
Deze maakte allerlei nietsbeduidende verontschuldigingen, en
daarop noodigde Frederik hem dringend tot eene samenkomst
te Chiavenna uit. Hendrik voldeed aan die uitnoodiging,
doch bleef de gevraagde hulp weigeren ondanks 's keizers toe-
zegging, hem alles te zullen toestaan, wat hij mocht verlangen.
Barbarossa wierp zich in tegenwoordigheid van beider gevolg
smeekend aan de voeten van zijn leenman, doch deze bleef
ongeroerd, en een van diens volgelingen uitte de smadelijke
woorden: //Heer! de kroon, die gij thans aan uwe voeten
ziet, zal eerlang uw hoofd sieren." Toen sprak de keizerin
tot haar gemaal: //Sta op, geliefde heer! God zal u helpen,
wanneer gij eenmaal dezen dag en dien hoogmoed gedenkt."
Barbarossa begaf zich weder naar het leger en besloot, tegen
den raad zijner vrienden, den overmachtigen vijand aan te
vallen. De strijd had plaats bij Legnano. Frederik verrichtte
wonderen van dapperheid. Aan het hoofd eener keurbende
moest alles voor hem zwichten. Eeeds was hij op het
punt den carroccio der Milaneezen te vermeesteren, toen plot-
seling de kans keerde. Eene afdeeling van driehonderd jon-
gelingen uit Milaan, die gezworen hadden te sterven of te
overwinnen, en negenhonderd ruiters van dezelfde stad, die zich
verbonden hadden genade te geven noch te vragen, hadden nog
geen deelgenomen aan den strijd. Op dit beslissend oogen-
blik vielen zij om den carroccio te redden op de Duitschers
aan. Te midden van den woedenden strijd werd 's keizers
paard getroffen. Het stortte met zijn berijder neder, en wel-
dra weerklonk door de Duitsche gelederen de sombere kreet:
//De keizer is dood!" Hierdoor werd de veerkracht der Duit-