Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.223
Hier hadden ondertusschen vele rijksgrooten den landvrede
geschonden. Hendrik de Leeuw, de machtige hertog van
Beieren en Saksen, had met voordeel de Wenden in Meck-
lenburg en Pommeren bestreden en het veroverde gebied
met Vlaamsche en Hollandsche boeren bevolkt. Zijne macht
en zijn overmoedig gedrag wekten zoozeer den naijver van
vele rijksgrooten, zooals de bisschoppen van Bremen en van
Maagdenburg, en Albrecht den Beer van Brandenburg, tegen
hem op, dat zij een verbond tegen hem sloten, en hemden
oorlog aandeden. Deze woedde fel, toen Barbarossa uit Italië
terugkeerde, en ofschoon hij over geen leger te beschikken
had, riep hij de Duitsche vorsten op een rijksdag bijeen, en
beval hij hun den landvrede te eerbiedigen en elkander het
veroverde land terug te geven. AUen gehoorzaamden, maar
Hendrik de Leeuw, die het meest had veroverd, gevoelde
sedert een bitteren wrok tegen den keizer.
De jaren, die Frederik I Barbarossa thans weder in Duitsch-
land doorbracht, besteedden de Italianen om zich geducht
te versterken. Milaan werd herbouwd, onder de leiding
van paus Alexander een stedenverbond tot stand gebracht,
en in de moerassige streek van den Tanäro eene sterke ves-
ting gesticht, die, ter eere van den Frederik vijandigen paus,
den naam Alessandria ontving. Vurig verlangde Barbarossa
Italië opnieuw de kracht van zijn arm te doen gevoelen, maar
de Duitsche vorsten waren weinig genegen nogmaals over de
Alpen ten strijde te trekken. Eindelijk bracht hij het zoover,
dat hij een klein leger onder aanvoering van Christiaan, den
aartsbisschop van Mainz, naar Italië kon zenden, maar toen
duurde het nog drie jaren eer Barbarossa genoeg Duitsche
vorsten onder zijne vanen vereenigd had, om zelf den strijd
met het stedenverbond aan te vangen. Hij sloeg het beleg
voor Alessandrïa, dat zich hardnekkig verdedigde, en toen
hij vernam, dat het stedenverbond een sterk leger op de been
had gebracht om de belegerde stad te ontzetten, besloot hij
het beleg op te breken. Daar zijn leger zeer verzwakt was,