Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.221
en ongenade. De Milaneezen moesten zich in hun lot schik-
ken, en weldra verschenen de burgemeesters met driehonderd
aanzienlijken om den misnoegden keizer de sleutels der stad
aan te bieden, en hem trouw te zweren. Barbarossa eischte,
dat alle burgers dit laatste ook zouden doen, en spoedig
daarop verschenen zij in honderd groepen afgedeeld, ten tee-
ken van boete barrevoets, slechts half gekleed, het hoofd
met asch bestrooid, met een kruis in de hand en een strop
om den hals. Het was een koude, regenachtige dag. De
keizer zat aan den maaltijd, toen men hem berichtte, dat
de duizenden ongelukkigen waren aangekomen om zich aan
hem te onderwerpen. Hij beval, dat zij zouden wachten, en
toen hij den maaltijd geëindigd had, verscheen hij aan het
hoofd van een schitterenden stoet. De Milaneezen legden
hunne banieren aan 's keizers voeten en daaronder ook den
carröccio. De carroccio was voor de Italiaansche steden een
soort van Palladium of heiligdom. Het was een rood ge-
kleurde wagen op vier wielen, die door twee of vier stieren
werd getrokken. Midden op den wagen bevond zich een roode
mast, met gouden knop. Aan het boveneinde wapperde het
stadsvaandel; in 't midden bevond zich een Christusbeeld in
zegenende houding tusschen drie witte vlaggen. Het verlies
van den carroccio, die steeds mede ten strijde werd gevoerd,
stond gelijk met eene nederlaag. Op den carroccio bevond zich
eene klok, welker gelui den tijd van het morgen- en avond-
gebed aankondigde, en de trompet, die het sein tot den aan-
vang van den strijd gaf. De carroccio was steeds omgeven
door eene keurbende.
Toen de carroccio voor den keizer was gevoerd, werd de
mast gestreken en lag de stadsvaan voor zijne voeten. Op
dat gezicht bogen alle Milaneezen zich weenend ter aarde,
en riepen zij 's keizers genade in. Barbarossa duwde hun
toe, dat hij hun het leven, dat zij verbeurd hadden, zou
schenken, maar dat hij maatregelen zou nemen om hen te
verhinderen, opnieuw tegen hem op te staan. //Keert nu",