Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.219
vrouwelijke als in de mannelijkè linie erfelijk zou zijn, en
dat de hertog bij uitersten wil over de erfopvolging kon
beschikken. Jasomirgott vestigde zich daarop in het door
de Romeinen gestichte Weenen, dat nu de hoofdstad van
Oostenrijk werd.
Terwijl de rijksgrooten elkander beoorloogden, hadden vele
mindere edelen op moeilijk te genaken plaatsen burchten
gesticht, van waar zij rooftochten ondernamen en reizende
kooplieden overvielen en uitplunderden. De roofridders von-
den in deze lage handelwijze niets onteerends, maar Frederik
I Barbarossa ging hun schandelijk bedrijf met kracht te keer
en sloopte menigen roofburcht.
Nauwelijks had Frederik zijn gezag in Duitschland weder
doen gelden en er de orde hersteld, of miskenning \»n zijn
gezag door de machtige Milaneezen deed hem besluiten tot
een nieuwen tocht naar Italië. Zij hadden het door Frederik
verwoeste Tortona herbouwd, waren voortdurend in veete met
Pavïa en legden zulk eene verachting voor het gezag des
keizers aan den dag, dat, toen zij van Lodi den eed van trouw
eischten, en deze stad zich daartoe bereid verklaarde op voor-
waarde echter, dat hierdoor geen inbreuk zou worden gemaakt
op de heerschappij des keizers, zij haar aanvielen en ver-
woestten.
Met een geducht leger trok Frederik over de Alpen en
sloeg het beleg voor Milaan, dat zich niet op een lang-
durig beleg had voorbereid en reeds na vier weken door
hongersnood en ziekte, genoodzaakt was te bukken. Een lange
stoet van Milaneezen kwam uit de stad en trok midden door
de Duitsche troepen om van den keizer genade te smeeken.
Aan het hoofd bevond zich de aartsbisschop, omringd door
een groot aantal geestelijken, allen in plechtgewaad en voor-
zien van kruisen en wierookvaten, daarna het bestuur der
stad en de aanzienlijkste edelen, barrevoets en het ontbloote
zwaard aan den hals dragende, en eindelijk burgers met strop-
pen om den hals. Tevreden over deze onderwerping schonk