Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.15
verlost was van de zorg om in zijn onderhoud te voorzien,
en Chadidja de handelszaken bleef besturen, kon hij aan zijne
zucht tot mijmeren over godsdienstige onderwerpen den ruimen
teugel vieren.
Mohammed was zeer zenuwachtig. Hij leed aan spierkramp
over zijn geheele lichaam. Bij een lichten aanval dier kwaal
trilden zijne tong en zijne lippen, staarden zijne oogen strak
naar denzelfden kant en leed hij aan hoofdpijn. Kreeg hij
een hevigen aanval, dan viel hij op den grond, werd zijn
gelaat vuurrood, en haalde hij zwaar adem, zonder dat hij,
naar het schijnt, zijn bewustzijn verloor. Gewoonlijk was
zijne stemming droefgeestig, en sprak hij niet zonder nood-
zakelijkheid. Hij had eene levendige verbeelding, en liet
zich medesleepen door woordenpraal. Daarbij leed Mohammed
aan zinsbegoochelingen. Het kan namelijk gebeuren, dat b. v.
onze gehoor- of gezichtszenuwen door bloedsaandrang, ont-
steking of drukking zoodanig worden geprikkeld, dat wij iets
hooren of zien, hetgeen werkelijk niet te hooren of te zien
is. Zoo hooren wij somtijds, b. v. bij verkoudheid, klokken
luiden, of zien wij, als wij het oog stooten, vonken, zonder
dat er klokken of vonken aanwezig zijn. In dit geval noemt
men de begoocheling zinsbedrog.
Maar het kan ook gebeuren, dat de voorstellingen, die
wij van verschillende zaken, zooals van een bloedverwant,
een paard, onze zitkamer enz. hebben, en die wij door haar
veel geringeren graad van helderheid en scherpte van het
werkelijk waarnemen dier zaken onderscheiden, zulk eene
kracht of helderheid in ons bewustzijn verkrijgen, dat het
ons is, alsof wij die zaken inderdaad aanschouwen, en dan
heet de begoocheling zins voorspiegeling (visioen).
Mohammed's neiging tot godsdienstige dweperij dreef hem
aan, bij verschillende personen, die op de hoogte geacht
konden worden van de leer der Joden, der Christenen en
der Arabieren, inlichtingen te zoeken omtrent het godsdien-
stig geloof. Geen hunner kon echter zijn door geloofsstrijd