Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.217
gewenschte uitwerking niet. De verdediging was zoo krach-
tig, dat Frederik moest besluiten, de stad door hongersnood
tot de overgave te dwingen. Eerder dan hij had durven
hopen, bereikte Frederik zijn doel. Tortona werd van drink-
water voorzien door eene op de Apenijnen gelegen bron,
welker water naar de stad stroomde. Nu liet Frederik het
water dier bron met allerlei vuilnis, o. a. met lijken veront-
reinigen. Weldra ontstond hierdoor gebrek aan drinkwater
in de stad, en na zich twee maanden lang met de uiterste
hardnekkigheid verdedigd te hebben, moest Tortona zich
overgeven, dat Frederik bijna geheel liet verwoesten. Nu
trok hij naar Pavïa, waar hij de ijzeren kroon ontving, en
daarna begaf hij zich naar Rome om als keizer gekroond te
worden.
Adriaan IV, die toen den pauselijken zetel had beklommen,
had te vergeefs getracht, de Romeinen, die nog geheel onder
den invloed van Arnold van Brescia stonden, te onderwerpen,
en zich naar Orvieto begeven. Van hier sprak hij den ban-
vloek over Rome uit, tengevolge waarvan het lezeu der mis,
het doopen van kinderen, het sluiten van huwelijken en het
toedienen der sacramenten aan de stervenden door de pries-
ters werd gestaakt. Zulk een toestand was voor de inwoners
van Rome ondragelijk. Om ervan verlost te worden moesten
zij Arnold van Brescia, ofschoon met weerzin, uit hunne
stad verwijderen en paus Adriaan IV toelaten.
Toen Frederik I Barbarossa zich tot paus Adriaan IV
wendde om gekroond te worden, verklaarde deze zich bereid
die plechtigheid te verrichten op voorwaarde, dat hij hem
tegen zijne onderdanen in bescherming nemen, en hem Arnold
van Brescia, die bij den adel in Campanië eene schuilplaats
had gevonden, uitleveren zou. Frederik nam met deze bepa-
lingen genoegen. Hij wist Arnold van Brescia in handen te
krijgen, en toen deze op een vroegen morgen de eeuwige
stad naderde, stond voor ééne der poorten de brandstapel
gereed, waarop hij zijn leven moest eindigen. Reeds had hij