Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.216
Toen Frederik I Barbarossa in 1153 te Constanz een rijks-
dag hield, wierpen zich twee Italianen aan zijne voeten en
smeekten hem om hulp tegen de Milaneezen, die hunne
vaderstad Lodi geplunderd en gedeeltelijk uitgemoord had-
den. Nu besloot hij, aan zijn lang gekoesterd verlangen om
zijn gezag in Italië te doen gelden, gevolg te geven. Ter-
stond zond hij een afgezant met een brief vol bedreigingen
naar Milaan, doch de Milaneezen, zich wel opgewassen ge-
voelende tegen de Duitsche macht, verscheurden met ver-
achting den brief en dwongen den afgezant hunne stad over-
haast te verlaten.
In het najaar van 1154 trok Frederik I. Barbarossa met
een leger Italië binnen. Volgens oud gebruik liet hij in de
Roncalische vlakte nabij Piacenza zijn wapenschild aan een
paal bevestigen, en door een heraut zijne leenmannen oproe-
pen om overeenkomstig hun plicht den volgenden nacht de
wacht voor 's keizers tent te houden. Vele vorsten en ste-
den van Noord-Italië gaven aan die roepstem gehoor en wend-
den zich tot Frederik met hunne klachten. Zoo klaagde de
markgraaf Willem van Montferrat over de eigendunkelijke
handelingen van de stad Asti, en de gezanten van Como,
Lodi en Pavïa over de geweldenarijen van Milaan. Vruchte-
loos trachtten de Milaneesche afgezanten de handelingen hun-
ner stad te rechvaardigen. Frederik trok tegen Milaan op,
doch de stad was zoo geducht versterkt, dat hij zich moest
vergenoegen met het verwoesten van den omtrek. Hij tuch-
tigde daarop Asti, welks vestingwerken hij vernielde, en
terwij hij daarmede bezig was, kwamen afgezanten van Pavia
zich bij hem beklagen over geweldenarijen door de inwoners
van Tortona bedreven. Frederik trok tegen deze stad op, en
de inwoners besloten, zich tot het uiterste te verdedigen.
Met dat doel zouden zij de vrouwen en kinderen de stad
uit. Om den verdedigers schrik aan te jagen, liet Frederik
eenigen hunner, die hij gevangen had genomen, aan eene
reusachtige galg ophangen, doch deze wreede daad had de