Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.215
absolutie. Tegen deze misbruiken trad Arnold van Brescia,
een leerling van den geleerden Franschman Abelart, die ver-
kondigde, dat men niets moet gelooven, wat men niet be-
grijpen kan, met kracht op. Hij verlangde, dat de geeste-
lijken zich uitsluitend zouden wijden aan den godsdienst,
en zich in 't geheel niet inlaten met wereldsche zaken.
Wel ondervond Arnold van Brescia allerwegen instemming
bij het volk, maar die geestelijken, wien het vooral te doen
was om het wereldlijk gezag en de daaraan verbonden vor-
stelijke inkomsten, klaagden hem aan van ketterij, en dwon-
gen hem daardoor, Italië weder te verlaten. Zijne prediking
had echter ten ggvolge, dat de Romeinen den paus als we-
reldlijk heer afzett'en en de republiek herstelden. Paus Lucius
II ondernam wel de bestorming van het capitool, om de repu-
blikeinen ten onder te brengen, doch hij werd afgeslagen en
stierf aan de bekomen wonden. Arnold van Brescia keerde
daarop naar de eeuwige stad terug.
De overige voorname steden van Midden- en van Noord-
Italië hadden zich insgelijks aan 't gezag van den paus ont-
trokken en erkenden dat des keizers slechts in naam. Hadden
de burgers vroeger veel te lijden gehad van den moedwil der
edelen, die in of nabij de steden kasteelen bewoonden, elkan-
der gevechten leverden in de straten, en toelieten, dat hunne
krijgslieden den inwoners allerlei overlast aandeden, langza-
merhand keerde die verhouding in de Italiaansche steden
bijna geheel om. De Milaneezen verdreven de edelen uit
hunne stad. In andere steden werden de edelen van het
bekleeden van overheidsambten uitgesloten, en krachtige maat-
regelen genomen om hen in bedwang te houden.
De meening van die tijden, dat de welvaart van verschil-
lende staten en bizondere personen niet gelijkelijk kon wor-
den bevorderd, en dat een staat of een persoon slechts tot
voorspoed kon geraken door anderen te gronde te richten,
deed tusschen de Italiaansche steden een rusteloozen naijver
ontstaan.