Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.214
barossa (Roodbaard), den hertog van Zwaben, tot opvolger
aan. Zijn raad werd opgevolgd.
Nog tijdens het leven van Koenraad III was er eene
schikking tot stand gekomen, waarbij Beieren aan 'skeizers
stiefbroeder Hendrik Jasomïrgott (aldus genoemd omdat hij
steeds de woorden: nJa, io mir Gott helfe !" in den mond
had), Saksen aan Hendrik den Leeuw en het markgraafschap
Brandenburg aan Albrecht den Beer was toegewezen. De
minderjarige Hendrik de Leeuw had zich deze schikking laten
welgevallen om zijne moeder genoegen te doen. Zoodra deze
echter overleden was, liet hij zijne aanspraak op Beieren
gelden, vooi^evende, dat een minderjarige geen verbindend
besluit kon nemen. Prederik I Barbarossa daagde op verschei-
dene rijksdagen Hendrik den Leeuw en Hendrik Jasomirgott
voor zich, om hun twist te beslechten, en daar laatstgenoemde
geen enkelen keer verscheen, schonk Prederik Beieren aan
Hendrik den Leeuw, die er zich door de wapenen van meester
maakte.
Toen Frederik I Barbarossa de rust in Duitschland had
hersteld, achtte hij den tijd gekomen om zich te Rome tot
keizer te laten kronen en het gezag der Duitschers in Italië
te herstellen, dat tijdens de twisten van de keizers en de
pausen over de investituur bijna geheel verdwenen was. Ter-
zelfder tijd waren de Italiaansche steden door de buitengewone
vlucht, die de handel ten gevolge der kruistochten nam, en
door de voortdurende kerkelijke twisten verbazend in macht
toegenomen. De wereldlijke en geestelijke vorsten hadden in
hunne onderlinge oorlogen de ondersteuning der steden zoeken
te verkrijgen door het verkenen van voorrechten.
Terwijl er telkens om den pauselijken zetel werd getwist
door elkander vijandige personen, hadden kardinalen en bis-
schoppen te Rome zich door hun ergerlijk gedrag de verach-
ting des volks op den hals gehaald. Niet alleen leidden zij
een losbandig, weelderig leven gelijk wereldlijke vorsten:
voor eene goede som gelds schenken zij iederen misdadiger