Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.213
was, naar men zegt, de oorlogskreet zijner manschappen:
//Hier Waiblingen!" de naam van een zijner kasteelen, ter-
wijl de oorlogskreet zijner vijanden luidde: //Hier Welf!"
Deze oorlogskreten werden eerlang partijnamen, niet alleen in
Duitschland maar ook in Italië, waar men de Waiblingen
Ghibellinen en de Weifen Guelfen noemde. De Ghibellinen
wilden de wereldlijke macht van de pausen te keer gaan en
sloten zich daarom bij de Duitsche keizers aan, terwijl
de Guelfen met behulp van de pausen den invloed der Duit-
schers uit Italië zochten te weren.
Koenraad III behaalde in den slag bij Weinsberg de
overwinning en sloot het stadje zoo nauw in, dat het zich
weldra genoodzaakt zag te capituleeren. Vertoornd wegens
den langdurigen tegenstand der inwoners, eischte Koenraad,
dat Weinsberg zich op genade en ongenade zou overgeven.
Na veel onderhandelingen stond hij echter toe, dat de vrou-
wen de stad zouden mogen verlaten, eer hij met zijne troe-
pen binnentrok, en opdat zij aan geene ellende ten prooi zou-
den zijn, vergunde hij haar, de kostbaarheden, die zij konden
dragen, mede te nemen. Vreemd zagen Koenraad's krijgers
op, toen den volgenden dag de vrouwen uit de stad trokken,
ieder een man op den rug torsende: de eene droeg haar
echtgenoot, de andere haar geliefde, eene derde een bloed-
verwant. Eenige Hohenstaufische onderbevelhebbers wilden de
Weinsbergsche vrouwen met haar last naar de stad terug-
jagen, voorgevende, dat dit de bedoeling der overeenkomst
niét was, doch Koenraad III erkende, dat hetgeen geschiedde
er niet mede streed, en schonk nu aan de mannen, die hij
eerst voornemens was geweest te laten ombrengen, ook genade.
Nadat Koenraad III Duitschland tot rust had gebracht,
nam hij deel aan den tweeden kruistocht. Bij zijne terug-
komst dreigde de strijd tusschen de Weifen en Hohenstaufen
opnieuw uit te breken, en toen hij spoedig daarna zijn einde
voelde naderen, beval hij, in plaats van zijn onmondigen zoon
Eredwik, zijn werkzamen, krachtdadigen neef Erederik Bar-