Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.210
Met den dood van Hakem 11 verdween de luister van
het geslacht der Omaiaden in 't chalifaat van Cordöva. Zijn
zoon werd verdrongen door den geduchten veldheer Ibn Abi
Amir, die den bijnaam Almanzor (de Zegerijke t 1002)
ontving. Ook hij beschermde kunsten en wetenschappen en
stichtte prachtige gebouwen. De West-Gothen, die in het
Noorden van Spanje verschillende staatjes hadden gevormd,
zooals de koninkrijken Leon, Navarre en Castilië en het
graafschap Catalonië, hadden van de kracht van zijn zwaard
veel te lijden. Hij veroverde de steden Leon en Barcelona,
doch de West-Gothen waren er spoedig weder meester van.
Op den duur waren de West-Gothen voorspoedig in hun
verbitterden strijd tegen de Mooren, wier rijk langzamerhand
verzwakte door innerlijke verdeeldheden, en zich in verschillende
staatjes splitste. In dezen tijd vallen ook de daden van den
in tallooze Spaansche gedichten bezongen Christen-ridder Don
Ruy Diaz (t 1099), bijgenaamd de Cid (eigenlijk Sid el
battal, heer van den slag). Hij was een geweldig krijgsman,
die zich aan menige wreedheid en trouwbreuk schuldig maakte,
en naar de omstandigheden en ook naar het loon, dat men
hem aanbood, dan eens tegen de Mooren, dan weder tegen
de. Christenen streed.
Sedert Alfonsus YI van Castilië, die zich bij zijne tijd-
genooten den naam ,/Schild der Spanjaarden" verwierf, de
stad Toledo had ingenomen, ging de macht der Mooren zoo
snel achteruit, dat zij de hulp van hunne geloofsgenooten
in Noord-Afrika inriepen. Hier had ruim twintig jaren vroeger
Abdallah de secte der Almoravieden gesticht, die zich vooral
als krijgslieden aan den dienst van Allah wijdden. Zij ver-
overden een groot gedeelte van de westelijke helft van Afrika's
Noordkust en stichtten de stad Marokk.0. Hun aanvoerder,
Joesoef Ibn Teschoesin, kwam de verdeelde Mooren meteen
ontzaglijk leger te hulp. Alfonsus YI trok tegen hem op,
en weldra waren de beide legers op de boschrijke vlakte van
Zalacca, niet ver van Badajoz. Joesoef deed hem weten, dat