Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.14
Christenen lieten zij rustig in hun land wonen, maar deleer
der Christelijke kerk, die eischte, dat men in de drieëenheid
en in het kruisigen van Christus als God geloofde, vonden
zij bespottelijk. Eens dat bisschoppen een Arabisch vorst
zochten te bekeeren, scheen deze oplettend naar hen te
laisteren, maar toen een dienaar hem iets was komen influis-
teren, hield hij zich alsof hij door eene droevige tijding diep
was getroffen. Een der bisschoppen waagde het eindelijk hem
naar de reden van zijne ontsteltenis te vragen, en daarop gaf
de vorst ten antwoord: ;/Ik krijg daar juist bericht, dat de
aartsengel Michaël overleden is." //Maar dat is onmogelijk,"
hernam de bisschop, //engelen zijn onsterfelijk!" //En gij
wilt mij doen gelooven," sprak daarop spottend de Arabier,
i^dat God zelf gestorven zou zijn!"
Evenmin konden de Arabieren zich met het Jodendom
vereenigen, omdat dit een uitverkoren volk op den voorgrond
stelde, en men slechts door geboorte Jood kon zijn.
In 571 werd Mohammed te Mekka geboren. Zijn vader
Abdallah, die met de Mekkaansche karavaan den tocht naar
Syrië medemaakte, was onderweg overleden en liet zijneenig
kind niets dan vijf kameelen, eenige schapen en eene slavin
na. Op zijn zesde jaar verloor hij zijne moeder Amina,
waarop zijn grootvader hem tot zich nam, en toen deze twee
jaar later ook overleed, werd hij in huis genomen door zijn
braven oom Aboe-ïalib, die zoo arm was, dat hij ter nau-
wemood in het onderhoud der zijnen kon voorzien. De
achtjarige Mohammed was daarom genoodzaakt zelf den kost
te verdienen door de geiten en schapen van Mekkanen te
weiden, en daar deze geminachte bezigheid slechts zeer weinig
opbracht, tevens eetbare vruchten te verzamelen, die hij ver-
kocht. Op zijn vierentwintigste jaar kwam Mohammed als
handelsreiziger in dienst bij de rijke weduwe Chadidja, die
eene uitgebreide handelszaak had. Hij maakte zulk een gun-
stigen indruk op de veertigjarige Chadidja, dat zij hem hare
hand aanbood, die hij dankbaar aannam. Nu Mohammed