Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.207
vaar, waaraan de staat was blootgesteld, bovendien zeer drei-
gend was, ontstond het bijgeloof, dat zoo licht door gevaren
wordt opgewekt, en dat aan de beschaving der subtropische staten
iets eigenaardigs heeft gegeven. Nauwelijks waren de Spaansche
Christenen uit hunne haardsteden verdreven, en genoodzaakt
geworden eene schuilplaats te zoeken in het Noorden, of dit
groote beginsel begon te werken. In hunne bergachtige schuil-
plaats bewaarden zij eene kist met relequieën van heiligen,
welker bezit zij als den waarborg van hunne veiligheid be-
schouwden. Die kist was voor hen een standaard, om welken
zij zich vereenigden, en met wiens hulp zij wonderdadige
overwinningen op de ongeloovigen behaalden. Daar zij zich
beschouwden als krijgslieden van het kruis, geraakte hun
geest in zulk eene buitensporige mate gewoon aan bovenna-
tuurlijke beschouwingen, dat wij er ons nauwelijks een begrip
van kunnen vormen, en zij zich in dit opzicht van alle
andere Europeesche natiën onderscheidden. De jongeren onder
hen zagen vizioenen, de ouderen droomden droomen. De
hemel begenadigde hen met vreemde gezichten; op den avond
voor den slag werden geheimzinnige voorteekenen waargeno-
men, en men merkte op, dat wanneer de Mohammedanen
het graf van een Christenheilige schonden, de hemel donder
en bliksem zond om de ongeloovigen af te schrikken, of,
indien het noodig was, voor hunne vermetele daad te straffen.
,/Onder zulke omstandigheden won de geestelijkheid voortdu-
rend aan invloed; of, liever gezegd, haar invloed werd uit-
gebreid door den loop der gebeurtenissen. De Spaansche
Christenen, gedurende geruimen tijd opgesloten in de bergen
van Asturië en beroofd van hunne vroegere hulpbronnen,
ontaardden spoedig en verloren weldra het weinigje bescha-
ving, dat zij verkregen hadden. Beroofd van al hunne goederen
en beperkt tot een betrekkelijk onvruchtbaar gewest, vervielen
zij weder tot barbaarschheid, en bleven zij, minstens geduren-
de eene eeuw, zonder kunsten, handel en letterkunde. Met
het afnemen van hunne kennis hield het toenemen van hun