Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.205
hunne godsdienstoefeningen met klokgelui aankondigen,
hetgeen in andere Mohammedaansche rijken verboden
was. Onder de lagere standen der Mohammedanen en
der Christenen ontstonden echter dikwijls oneenigheden.
De Mohammedanen legden hun afkeer van de Christenen
niet zelden aan den dag, door hen ongeloovige honden te
noemen en stoorden wel eens een lijkstoet of een omgang,
door er met vuilnis en steenen naar te werpen, waarover de
Christenen somtijds bloedige wraak namen. Onder de regee-
ring van Abderrähman II, den zoon van Hakem, namen die
twisten een ernstiger karakter aan. Een Christen-geestelijke,
Perfectus genaamd, had de onvoorzichtigheid zich in een
vertrouwelijk gesprek met eenige Mooren verachtelijk over
den profeet uit te laten. Hij werd daarom bij den kadi (een
geestelijke, die volgens den koran ook in strafzaken recht-
spreekt) als lasteraar van den profeet aangeklaagd. Voor den
kadi gebracht herhaalde Perfectus niet alleen zijne woorden,
maar uitte hij nieuwe smaadredenen tegen den profeet.
De kadi was verplicht Perfectus voor die daad ter dood te
veroordeelen, maar hij liet het vonnis niet terstond ten uit-
voer brengen, in de hoop hem te bewegen zijne smaadwoor-
den te herroepen. Perfectus bleef weigeren en werd eindelijk
onthoofd. Deze daad bracht bij de Christenen eene groote
verbittering teweeg. Zij vereerden Perfectus als een marte-
laar voor het ware geloof, en velen gevoelden zich opgewekt
hem na te volgen. Een aantal Christenen, eens zeven in
ééne week, gingen in blinden geloofsijver naar den kadi en
spraken allerlei verwenschingen tegen den profeet uit, om
daarop ter dood veroordeeld te worden en den marteldood te
sterven. Onder het aantal dezer dweepzieke personen bevon-
den zich ook vrouwen, Eene non, Maria, verliet haar klooster
en begaf zich met een Moorsch meisje, dat gedoopt was,
naar den kadi te Cordöva, om hem te verklaren, dat zij in
Christus geloofde, en dat Mohammed een bedrieger en too-
venaar was geweest. De kadi deed zijn best om haar tot