Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.204
bevel onmiddellijk met de meeste bereidwilligheid werd vol-
voerd. Indien zij er hun voordeel mede konden doen,
hielpen de Assassijnen evenzeer de Christenen, als de Mo-
hammedanen.
De Mohammedanen en de West-Gothen
in Spanje.
Toen de Omaiade Abderrähman het grootste gedeelte van
Spanje onder zijne heerschappij had gebracht, nam hij den
titel van Emir (vorst) van Cordöva aan. Hij versloeg een
leger, dat de Abassieden tegen hem afzonden, onder-
wierp de legerhoofden, die zich onafhankelijk van hem
zochten te maken, en regeerde met wijsheid. De Christe-
nen, die te midden der Moorsche veroveraars waren blijven
wonen, behandelde hij met zachtheid. Hij verfraaide Cordöva
met den schoonen koninklijken burcht, bekend onder den
naam van Alkazar, en begon den bouw van de grootsche
moskee, een der prachtigste voorbeelden van de beroemde
Moorsche bouwkunst.
Zijn zoon Hischam I en zijn kleinzoon Hakem I bleven
in zijn geest regeeren. Zij wisten over alle mededingers
naar den troon te zegevieren, voerden zware oorlogen met
de West-Gothen, die hunne onafhankelijkheid in het Noorden
van Spanje hadden weten te handhaven, en bevorderden kun-
sten en wetenschappen. Hakem I richtte een staand leger
op en breidde de Moorsche vloot op de Middellandsche Zee zoo-
zeer uit, dat zij weldra een schrik werd der Christenvolken.
De Christenen, die zich aan de Moorsche heerschappij in
Spanje hadden onderworpen en daar Mozaraben (met de
Arabieren vermengden) heetten, werden met welwillendheid
behandeld. Zij hadden minder drukkende lasten te dragen
dan onder de heerschappij der vroegere Westgothische koningen,
konden hunne kerkleer openlijk belijden en mochten zelfs