Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.203
Met den dood van Malek eindigt de bloeitijd van het
chalifaat van Bagdad. Het werd langzamerhand verbrokkeld
in eene menigte onafhankelijke staatjes, waarvan de voor-
naamste zijn: Perzië, Damaskus, Aleppo en Ikonium. De
onbeduidende chaliefen van Bagdad werden, omdat zij tot het
geslacht van Mohammed behoorden, steeds als geestelijke
opperhoofden erkend.
Evenals de monniken bij de Christenen, ontstonden bij de
Mohammedanen de derwisclien. Tegen het einde der elfde
eeuw stichtte zekere Hassan in Perzië eene vereeniging van
jonge, krachtvolle mannen, die zich bereid verklaarden hun
leven op te offeren voor het geloof. A'len, die in de ver-
eeniging werden opgenomen, legden den eed af van blinde
gehoorzaamheid aan de hoofden der orde. Om nieuwelingen
over te halen in de orde te worden opgenomen, gaf men
hun, naar verhaald wordt, een van hennipzaad bereiden kost,
hascMsch genpimd, die evenals opium van zinnelijk genot
deed droomen. Als zij ontwaakten, meenden zij in het
paradijs geweest te zijn, dat den geloovigen was toegezegd,
en spiegelde men hun voor, dat de marteldood voor het
geloof onfeilbaar zou voeren tot een eindeloos genot, als
waarvan zij nu een voorsmaak hadden gehad. De orde
werd bekend onder den naam van die der Haschischin,
waarvan de Westerlingen Assassijnen hebben gemaakt, en
vestigde zich ook in Syrië, maar vooral in den Libanon.
Daar maakte de orde zich bij de Mohammedanen en Chris-
tenen zeer gevreesd, dewijl hare leden zich met de meeste
doodsverachting tot het begaan van moorden leenden. Het
hoofd der orde, Oude van den Berg genoemd, werd door
de leden als Mohammed zelf beschouwd, die door zielsver-
huizing in diens lichaam was overgegaan. Als een staaltje
van zijne macht en de dweepzucht zijner ondergeschikten
wordt verhaald , dat toen eens een gezantschap van Christenen
bij den Ouden van den Berg was, deze aan een jeugdig
Assassijn beval in een nabijzijnden afgrond te springen, welk