Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.201
hiermede de plechtigheid was afgeloopen, wilde Togrul Beg
zich weder aan de voeten van den beheerscher der geloovigen
werpen, doch deze verhinderde het, waarop hij hem de hand
kuste.
Totdat de dood hem op zeventigjarigen leeftijd wegrukte,
bleef Togrul Beg met het wereldlijk gezag bekleed, en be-
schermde hij den chalief tegen diens vijanden. Hij werd in
1063 als emir al omrah en als sultan der Seldschukken op-
gevolgd door zijn neef Alp Arslan (de moedige leeuw), die
in oorlog geraakte met de Byzantijnen en in een bloedigen
slag hun keizer Romänus Diogenes gevangen nam. Op zijne
vraag, wat deze wel zou gedaan hebben, indien hij overwon-
nen had, gaf Romanus het trotsche antwoord: ,/Ik zou u
hebben doen geeselen." Alp Arslan voegde hem daarop toe:
/./Christus beveelt: //„Hebt uwe vijanden lief."" Dit gebod
wil ik nakomen en geen voorbeeld volgen, dat ik verfoei."
Hij behandelde den gevangen keizer met welwillendheid, en
nadat deze zich had verbonden, eene jaarlijksche schatting te
betalen en aan de Mohammedanen, die in Byzantijnsche
gevangenschap zaten , de vrijheid te schenken, liet hij hem
met eerbewijzingen overladen naar zijn land terugkeeren.
Maar niet altijd toonde Alp Arslan die zelfbeheersching. Eens
dat hij tegen de nomaden ten Noorden van de rivier de Syr,
die zich in 't meer Aral uitstort, was opgetrokken, ondervond
hij een heftigen tegenstand voor de vesting Barzem. Einde-
lijk moest zij zich overgeven. De bevelhebber Jozef de Ka-
rismianer werd voor hem gebracht. Hij overlaadde hem met
bittere verwijten. Jozef beantwoordde ze op hoogen toon.
Alp Arslan ontstak hierop in zulk een toorn, dat hij hem
veroordeelde aan vier palen te worden gebonden en zoo te
blijven hangen, tot hij den geest had gegeven. Nu sprong
Jozef op hem toe en bracht hem met zijn dolk eene doode-
lijke wonde toe. De lijfwacht stiet Jozef onmiddellijk neder,
en Alp Arslan sprak stervend: //In mijne jeugd heeft een
wijze mij vermaand, mij voor God te verootmoedigen, mijne