Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.200
riepen Togrul Beg, een afstammeling van Seldschuk, tot
sultan uit. Togrul Beg maakte zieh spoedig meester van
Oost-Perzië, en toen zijne hulp werd ingeroepen door den
chalief Kaem Beamrillah, tegen wien de Turksche lijfwacht
in opstand was gekomen, snelde hij naar Bagdad, en bracht
de vijanden van den chalief ten onder. Tot belooning
voor dezen gewichtigen dienst verhief Kaem Beamrillah hem
tot emir al omrah. Uit de plechtigheid, waarmede de ver-
heffing plaats had, is af te leiden, in welk eene hooge eer
het geestelijk gezag van den zwakken chalief werd gehouden.
Togrul Beg hield zijn intocht in Bagdad te paard en steeg
af voor het paleis van den chalief. Voorafgegaan door een
ongewapend geleide, begaf hij zich naar de zaal, waar Kaem
Beamrillah achter een zwarten sluier in het zwarte gewaad
der A-bbassieden en met Mohammed's staf als schepter in de
hand gezeten was. Toen Togrul Beg de zaal was binnenge-
treden, wierp hij zich voorover, kuste den grond en bleef
daarna in ootmoedige houding staan. De vizier en de tolk
leidden hem naar den troon des chaliefs en deden hem naast
dezen op een anderen zetel plaats nemen. Nu werd de oor-
konde voorgelezen, waarbij Togrul Beg tot wereldlijk plaats-
vervanger van den opvolger des profeets werd aangesteld, en
toen dit was afgeloopen, sprak de tolk hem aldus toe: > De
chalief vertrouwt alle landen, die God onder zijne heerschappij
heeft gesteld, aan uwe zorgen toe; hij draagt u, als zijn
plaatsvervanger, de bescherming op van alle getrouwe, vrome
en godsdienstige Moslemien. Vrees God in het ambt, dat
hij u verleent, erken dankbaar de genade, die hij u heeft
bewezen, en toon u harer waardig." Zeven statiekleederen
en zeven slaven, inboorlingen van de zeven verschillende
deelen van het rijk, werden Togrul Beg aangeboden, en
tevens werd hij, nadat hem een met muskus doortrokken
sluier over het hoofd was geworpen, met twee kronen gekroond
en met twee zwaarden omgord, de zinnebeelden van zijne
heerschappij over het Oosten en over het Westen. Toen