Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.199
bouwkunde ontwikkelde zich op eene eigenaardige wijze,
terwijl er veel werk gemaakt werd van genees- en
heelkunde, natuurkunde, scheikunde, die intusschen ook
beoefend werd met het doel om goud te maken {alchymie),
en sterrenkunde of astronomie, die aanleiding gaf tot het
doen van pogingen om uit den loop der sterren de toekomst
te voorspellen {astrologie). AUerwegen verrezen wetenschappe-
lijke inrichtingen, aan welke uitgebreide bibliotheken verbonden
waren, en zelfs de aanzienlijkste Arabieren stelden prijs op
den naam van geleerde. De wegen werden goed onderhouden
en van een voldoend aantal karavansera's voorzien: groote
onbewoonde gebouwen, van welke de reizigers met hunne
trek- en lastdieren gebruik konden maken voor nachtverblijf.
Bovendien werd er eene soort postdienst ingesteld, die het
reizen vooral voor geleerden, die hunne kennis zochten te
vermeerderen, gemakkelijk maakte. De Arabieren stonden
toen in beschaving veel hooger dan de volken van Europa,
die eerst eeuwen later op hetgeen door hen aan 't licht was
gebracht, konden voortbouwen.
Om zich bij de stadhouders, die zich meer en meer onaf-
hankelijk begonnen te maken, beter te doen gelden, benoem-
den de chaliefen sedert het midden der tiende eeuw een kracht-
dadig man tot emir al omrah (vorst der vorsten), wien zij
de regeering overlieten. Weldra was dit niet voldoende en
zagen zij zich genoodzaakt uit de geharde nomaden, die
ïoeran bewoonden en Turken genoemd werden, eene lijfwacht
te vormen, die langzamerhand op de wijze der praetorianen
in het oude Rome, over den troon begonnen te beschikken.
Eene roofhorde der Turken, die zekeren Seldschuk, naar wien
zij Seldschukken zijn genoemd, tot aanvoerder hadden, sloeg
zich, na den Islam te hebben omhelsd, ten Oosten van Bas-
söra neder. De chalief wees hun daarop Chorassän, de noord-
oostelijke provincie van Perzië, tot woonplaats aan, en toen
zij daar door de Perzische stadhouders werden verdrukt,
vereenigden zij zich met nog andere Turksche stammen, en