Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.197
der kerk, met den titel van Zijne Apostolische Majesteit,
eene gouden kroon, die sedert het bovenste gedeelte uitmaakt
van de heilige kroon van Hongarije, welks benedenste ge-
deelte uit den gouden kroon bestaat, die Geisa I van den
Byzantijnschen keizer had gekregen.
Stefenus verdeelde het rijk in 72 comitaten, die ieder
onder het bestuur van een edelman werden geplaatst. Deze
ambtenaren en de hooge hofbeambten, bekend onder den
naam magnaten, vormden met de hooge geestelijkheid den
rijksdag, met wiens toestemming hij zijne besluiten uitvoerde.
Op deze wijze knotte Stefanus de macht der stamhoofden,
onder wie de koning tot nu toe slechts de eerste van zijne
gelijken was geweest, en wendde hij krachtige pogingen
aan om de zeden der Magyaren te verzachten. Onder de
strafbepalingen, die hij met dit doel vaststelde, komt het
volgende voor. Wie zijne vrouw doodsloeg moest, als hij
graaf was, aan hare betrekkingen 50, als hij een gemeene
vrije was, 5 koeien als weergeld geven. De dienaar, die
voor 't eerst stal, verloor den neus, voor den tweeden keer
de ooren, voor den derden keer het leven. Wie van 't hof
kwaad sprak, verloor de tong, wie den koning belasterde,
het leven. Stefanus veroverde de Grieksch-Slavische staten
Cróatië en Slavonië en lokte beschaafde Duitschers en Ita-
lianen in zijn rijk. Zijn zoon en opvolger Peter verzocht
hij erop te letten, dat vreemdelingen verschillende talen
gebruikten en wapenen medebrachten, waardoor het koning-
schap gesierd en gesteund, en aan een hoogmoedigen vijand
ontzag ingeboezemd werd. Na zijn dood werd hij door de
kerk tot heilige verklaard, terwijl Maria Theresia in 1764
te zijner eere de St. Stefanus-orde stichtte.
Het verzet van de inboorlingen tegen de door Peter be-
gunstigde vreemdelingen en van het gedeelte der bevolking,
dat heidensch was, tegen het Christendom, de aanmatigingen
der magnaten, die eerlang volgens geboorterecht zitting in
den rijksdag kregen, de inmenging van vreemde vorsten.