Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.188
St. Briccius vermoord. Zij hebben eene groote slachting aan-
gericht onder de volgelingen van mijn bloedverwant Alfred
en hem zeiven doen sterven. Laten wij hen dan met Gods
hulp voor hunne wandaden straffen."
//Het leger bevond zich weldra in 't gezicht van de Angel-
saksische legerplaats ten N". W. van Hastings. De priesters
- en monniken, die het vergezelden, scheidden zich af en be-
klommen eene naburige hoogte om te bidden en den strijd
te aanschouwen. Een Normandiër, Taillefer genaamd, deed
zijn paard vóór het eerste gelid springen en hief den in ge-
heel Gallië bekenden zang aan van de heldendaden van Karei
den Grooten en Roland. Terwijl hij zong, vertoonde hij kun-
sten met zijn zwaard, door het met kracht in de hoogte te
werpen en in de rechterhand weder op te vangen; de Nor-
mandiërs zongen de refreinen mede of riepen: //God helpe!
//Binnen schot gekomen, begonnen de handboogschutters'
hunne pijlen en de voetboogschutters hunne ijzeren vierkante bou-
ten te schieten; maar de meeste schoten troffen slechts de hooge
borstwering, waarmede de Saksische legerplaats omgeven was.
De lansknechten en de ruiters naderden de ingangen der ver-
sterking en trachtten erdoor te breken. De Angelsaksers,
allen te voet om hun in den grond geplanten standaard, en
achter hunne verdedigingswerken eene goed aaneengesloten
massa vormende, ontvingen de aanvallers met geduchte bijl-
slagen, die de lansen verbrijzelden en door de maliënkolders
heendrongen. De aanvallers, geen kans ziende door de toe-
toegangen te dringen of de palissaden uit den grond te ruk-
ken , begonnen, ontmoedigd door den vruchteloozen aanval,
naar de afdeeling te wijken, die door Willem werd aange-
voerd. Daarop liet de hertog nog eens al zijne boogschutters
oprukken, en beval hun, niet recht voor zich uit, maar in
de hoogte te schieten, opdat de pijlen over de palissaden
heen op de vijanden zouden vallen. Hierdoor werden veel
Angelsaksers meerendeels in 't gezicht gewond; Harald zei ven
werd door een pijl een oog uitgeschoten, en nochtans ging