Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.187
vermaakten zich met luidruchtigheid en zongen, bij de wacht-
vuren gezeten, hunne oude volksliederen, onder het ledigen
van met wijn of bier gevulde drinkhoorns.
„In den vroegen morgen las de met een maliënkolder on-
der zijn koorkleed gewapende bisschop van Bayeux, een zoon
van de moeder van hertog Willem en van een burger van
Falaise, in het Normandische kamp de mis, en zegende
de troepen; vervolgens besteeg hij een wit strijdros, nam
eene lans in de hand en schaarde toen zijne afdeeling ruiterij
in slagorde. Het geheele leger vormde drie slagliniën: tot de
eerste behoorden de dienstmannen uit het graafschap Bou-
logne en Ponthieu met de meeste strijders, die persoonlijk
tegen soldij dienst hadden genomen; in de tweede bevonden
zich de hulptroepen uit Bret^ne, Manche en Poitou; Wil-
lem voerde zelf de derde aan, die uit nieuw geworven Nor-
mandische troepen bestond. Vóór iedere slaglinie bevonden
zich verscheidene gelederen lichtgewapende voetknechten, in
dik gevoerde lijfrokken gekleed eu handbogen van eene mans-
lengte of stalen voetbogen dragende. De hertog reed op een
Spaansch paard, dat een rijk Normandiër hem van eene bede-
vaart naar St. Jago in Galicië had medegebracht. Om zijn
hals hingen de meest vereerde van de reliquieën, op welke
Harald had gezworen, terwijl de standaard, dien de paus
had gezegend, naast hem werd gedragen door een jonkman,
Toustain-le Blanc genoemd. Op het oogenblik, dat de troepen
voorwaarts zouden trekken, verhief de hertog zijne stem, en
sprak hij hen aldus toe: „Denkt er aan goed te strijden, en
slaat allen dood; want indien wij hen overwinnen, zullen wij
allen rijk zijn. Wat ik zal winnen, zult gij winnen; indien
ik verover, zult gij veroveren; indien ik bezit neem van dezen
grond, zal hij voor u zijn. Weet echter, dat ik niet alleen
hier ben gekomen om te nemen, wat mij toekomt, maar om
ons gansche volk te wreken voor de trouweloosheid, de
meineedigheid en het verraad van die Engelschen. Zij heb-
ben de Denen, zoo mannen als vrouwen, in den nacht van