Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.185
te beklimmen, zou steunen. Bij het afleggen van den eed,
waarmede Harald die belofte bezwoer, zou Willem hem on-
gemerkt de hand hebben laten leggen op een kistje, waarin
heimelijk eenige zeer heilig geachte relequieën verborgen waren.
Dewijl er in die tijden weinig -goede trouw bestond, meende
Willem, dat daardoor de eed van Harald meer verbindend
zou zijn.
Gedurende de vierentwintig jaren, dat Eduard de Belijder
den schepter voerde, genoot Engeland rust. Slechts enkele
malen behoefde het zwaard getrokken te worden, eens o. a.
ter bescherming van den Schotschen koning Malcolm III,
wiens vader, de zachtmoedige koning Duncan, door den
overweldiger Macbeth vermoord was. Deze gruweldaad is
vereeuwigd door het voortreffelijk treurspel Macbeth van den
grooten Engelschen dichter Shakspere.
Toen Eduard de Belijder in 1066 overleden was, erkenden
de Angelsaksische edelen Harald als koning, die terstond
door zijn wijs beleid die keuze rechtvaardigde. Behalve in
Willem van Normandië kreeg Harald echter een mededinger
in zijn eigen broeder Tostig. Deze was om zijn slecht bestuur
tijdens het leven van Eduard den Belijder als earl van Nor-
thumberland afgezet, en had nu Hardrade, den koning van
Noorwegen, overgehaald, hem te helpen, Engeland te verove-
ren, tegen den afstand van de helft des rijks. In September
van het jaar 1066 landden Tostig en Hardrade met een leger
in Engeland. Harald trok hen tegemoet en behaalde bij de
Stamfordbrug, niet ver van York, eene luisterrijke over-
winning.
Drie dagen vroeger was Willem op de Engelsche kust nabij
Hastings geland. Met vergunning van zijn schoonvader, graaf
Boudewijn van Vlaanderen, die voogd was over den onmon-
digen Eranschen koning Filips I, hadden Fransche, en met
die van keizer Hendrik IV hadden Duitsche ridders in zijn
leger dienst genomen, dat bijna 60,000 man telde, en voor-
treffelijk uitgerust en geoefend was. Zoodra Willem op den