Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.182
van Ethelred, uit Normandië over om hunne aanspraak op Enge-
land te handhaven. Toen Alfred met eene geringe krijgsmacht in
Kent was geland, sloten zich eene menigte Angelsaksische ede-
len bij hem aan. Dit deed ook de vroeger genoemde koeher-
der Godwin, die intusschen tot earl was verheven en in 't
geheim een aanhanger van Harald was. Hij wist Alfred
over te halen onder vrijgeleide naar Londen te gaan en daar
met Harald over de verdeeling des rijks te onderhandelen;
maar nauwelijks was de misleide koningszoon er aangekomen,
of Harald liet hem de oogen uitsteken en naar het klooster
te Ely voeren, waar de ongelukkige weldra overleed. Eduard,
die zich naar zijne moeder Emma had begeven en daar koel was
ontvangen, keerde na het gebeurde met Alfred spoedig naar
Normandië terug. Harald overleed niet lang daarna, en toen
beklom Hardi Kanoet den Engelschen troon. Zijn bestuur was
zeer drukkend voor de Angelsaksers. Ontmoetten zij, al wa-
ren zij met hun honderden, een enkelen Deen, dan moesten
zij stilstaan en dezen eerbiedig groeten; naderden zij van den
eenen, en een Deen van den anderen kant eener brug, dan
moesten zij wachten, totdat de Deen erover was. Tot hunne
groote vreugde duurde Hardi Kanoet's regeering slechts drie
jaar, en toen sloegen de Angelsaksers het oog op Eduard.
Deze had echter geene begeerte meer naar den Engelschen
troon. Hij had eene kloosteropvoeding genoten en zulk eene
voorliefde voor een stil afgezonderd leven opgevat, dat hij
den earl Godwin smeekte, hem toe te staan van de kroon
af te zien en zich in het klooster terug te trekken. Godwin
en zijne dappere zonen verlangden juist een koning als Edu-
ard om hem te kunnen beheerschen, en wisten hem te over-
reden de kroon te aanvaardden. Ofschoon Eduard Godwin
haatte, omdat hij hem als de oorzaak van zijns broeders
dood beschouwde, liet hij zich in alles door hem leiden, en
trad hij zelfs in den echt met diens schoone dochter Editha.
Daar hij echter den ongehuwden staat als heiliger beschouwde
dan den gehuwden, bleef hij van zijne vrouw gescheiden