Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.176
De macht des konings werd beperkt door den witan of
witênagëmot, de vergadering der wijzen of wetenden, en
saamgesteld uit de hooge geestelijken, de earls en de thanes.
De witenagemot besliste met den koning over vrede en oorlog en
over de uitvaardiging van wetten. Alfred handhaafde zoo krach-
tig de wetten en boezemde zooveel eerbied voor de rechtspraak
in, dat, volgens de overlevering, een reiziger, die kostbaar-
heden op den openbaren weg verloor, zeker kon zijn, ze
zelfs na verloop van maanden op dezelfde plaats terug te
vinden, dat gouden voorwerpen aan een boom bij een
kruisweg opgehangen, onaangeroerd bleven, en dat niemand
maatregelen behoefde te nemen om zijne roerende goederen
tegen dieven te beschermen.
Ofschoon Alfred voortdurend leed aan eene kwaal, die
aan de geneeskundigen van zijn tijd onbekend was, en die,
dewijl er geene beschrijving van is gegeven, ook voor ons
raadselachtig is, wist hij door zijne geestkracht eene buiten-
gewone werkzaamheid aan den dag te leggen. Om zijn
tijd goed te kunnen verdeelen, bediende hij zich, bij gemis
aan een ander uurwerk, van waskaarsen, die, door
een doorzichtig hoornen omhulsel tegen tocht beveiligd, het
zesde gedeelte van een etmaal konden branden. Hij bracht
oud-Saksische volksliederen, die nog in den mond des volks
leefden, op schrift en vervaardigde zelf eenige gedichten.
Reeds had hij den mannelijken leeftijd bereikt, toen hij Latijn
begon te leeren, en hierin bracht hij het zoover, dat hij in
staat was, werken van uitstekende Eomeinsche schrijvers in 't
Angelsaksisch te vertalen. Een groot gedeelte van hetgeen van
deze taal voor ons bewaard is gebleven, is van de hand van Alfred
den Grooten. De weinige geleerde mannen, die in zijn rijk te vin-
den waren, en daaronder behoorde Asser uit Wales, die eene
levensbeschrijving van hem heeft vervaardigd, riep hij aan
zijn hof, om met hunne hulp den lust tot studie op te
wekken bij de geestelijken, onder welken er in den aanvang
zijner regeering slechts enkelen gevonden werden, die in staat