Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.174
denliederen opvroolijkte, nam hij hunne gewoonten en hunne
militaire stellingen waar. Toen hij zich van alles voldoende
op de hoogte had gesteld, keerde hij tot de zijnen terug,
viel daarop den vijand aan en behaalde eene schitterende
overwinning. Zijn leger won voortdurend in sterkte, en daar-
door kon hij de Denen, die hij rusteloos vervolgde, insluiten.
Veertien dagen hielden zij nog stand, maar toen boden zij
aan, Engeland te verlaten, indien hun vrije aftocht werd
toegestaan. Nu hadden er onderhandelingen plaats, waarvan
het gevolg was, dat Gothrun, de aanvoerder der Denen,
zich met een dertigtal der aanzienlijksten hunner liet doo-
pen. Bij die plechtigheid werd hij door Alfred als doopheffer
ter zijde gestaan, en ontving hij den naam Athelstan. Tot de
dertiende eeuw was het gebruikelijk, den doopeling in het doop-
vont driemaal onder water te dompelen; sedert dien tijd
begon men zijn gezicht met water te besprenkelen. De
doopheffer of peet diende deels om voor den doopeling de
vragen te beantwoorden, welke bij die plechtigheid werden
gedaan, deels om toezicht te houden over diens kerkelijk
onderricht vóór en na den doop; tevens werd de betrek-
king tusschen peet en doopeling als eene soort bloedverwant-
schap beschouwd.
Alfred stond aan Athelstan en zijne Denen de door hen
verwoeste streken in Ostanglen en Northumberland als
woonplaats af en stelde hen onder dezelfde wetten als de
Engelschen. De tijd van rust, die thans voor zijn rijk
aanbrak, besteedde Alfred om de verwoeste sterkten te her-
bouwen en nieuwe aan te leggen op de plaatsen, waar
de Noormannen gewoon waren te landen. Bovendien liet
hij eene vloot bouwen van schepen, die volgens zijne eigene
plannen veel beter waren ingericht dan die, welke tot op
zijn tijd gebruikt werden. Zij hadden volgens de overleve-
ring de dubbele lengte der vroegere en werden door zestig
roeiers voortbewogen; dientengevolge lagen zij vaster op
't water, en hadden zij grooter snelheid. Hij bemande ze