Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.172
den koning van Mercia werd aangevallen, had hij het geluk
dezen te overwinnen en van zich afhankelijk te maken. In
827 onderwierp hij ook Northumberland, en daardoor was
de Saksische heptarchie een enkele staat geworden, die sedert
Engeland werd genoemd. Met kracht weerde Egbert de
invallen af van de Noormannen, die in Engeland gewoonlijk
Denen werden genoemd; maar toen hij door zijn zoon Ethel-
wolf was opgevolgd, kregen zij vrij spel, daar deze, meer
bedacht op zijne zaligheid hiernamaals dan op het welzijn
zijner onderdanen, schatten offerde aan den St. Pieters-
penning en eens naar Eome reisde, waar hij een jaar ver-
toefde, terwijl zijne tegenwoordigheid in Engeland dringend
werd vereischt ter bestrijding der Noormannen. Na Ethel-
wolf beklommen zijne vier zonen achtereenvolgens den
troon. De drie eersten streden onvoorspoedig tegen de'
Noormannen, die bij hunne invallen steeds dieper het land
binnendrongen; maar de vierde, Alfred de Groote (871—901),
wist hen te beteugelen. Veel van hetgeen de overlevering
aangaande Alfred mededeelt, is ongeloofwaardig, maar dit
neemt niet weg, dat hij den naam van Groote werkelijk
heeft verdiend. Hij bezat een buitengewonen verstandelijken
aanleg en deed door het beoefenen van de geschriften der
Eomeinen en de sagen zijns volks eene kennis op, die voor
zijn tijd ongemeen mag heeten. Gedurende de eerste jaren
zijner regeering moest Alfred zoo hevig tegen de Noorman-
nen strijden, dat hij hun in den tijd van één jaar, behalve
eenige kleinere gevechten, acht veldslagen leverde, waarin hij
meestal de overwinning behaalde. Hij slaagde er echter
vooreerst nog niet in, hen te verdrijven, gedeeltelijk omdat
zij voortdurend nieuwe strijdkrachten uit Denemarken en
Noorwegen ontvingen, gedeeltelijk omdat zijne onderdanen
niet altijd gewillig waren onder zijne vanen tegen de Noor-
mannen op te trekken. Het schijnt dat Alfred, die in
ontwikkeling zoo ver boven zijne landgenooten verheven was,
eenigszins uit de hoogte op hen nederzag en hen door het