Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.169
doen was, niet met zijn leger naar Mainz kon trekken, liet
hij dit uiteengaan. Nu togen vader en zoon op weg. Laatst-
genoemde deed den voorslag in een zijner burchten wat rust
te nemen. De vader keurde het goed, maar nauwelijks was
hij door de poort, of de valdeur viel plotseling neder, en
hij was van het kleine gewapende geleide, dat hem verge-
zelde, gescheiden. Nu Hendrik V zijn vader gevangen had
genomen, spoedde hij zich naar Mainz, waar hij de teekenen
der koninklijke waardigheid aannam. Met uitzondering van
den hertog van Lotharingen werd hij door alle Duitsche
vorsten erkend. De steden waren verontwaardigd over het
gebeurde, en toen Hendrik IV uit zijne gevangenis ontsnapte,
sloten zij zich opnieuw bij hem aan, zoodat hij in korten tijd
weder een leger onder zijne bevelen had. Zijne kracht was
echter gebroken. Te Luik werd hij ziek, en stierf hij in
den ouderdom van zes en vijftig jaar, diep betreurd door ^
de stedelingen en dorpers, voor wie hij in zijne laatste regee-
ringsjaren een trouw beschermer was geweest. Bisschop Otbert
van Luik liet zijn lijk in gewijde aarde bijzetten, doch om-
dat de pauselijke banvloek nog niet was opgeheven, moest
het weder opgegraven, en op een eilandje in de Maas ge-
borgen worden. Toen vijf jaren later de ban was opgeheven,
werd het in het familiegraf te Spiers geplaatst.
Ondertusschen was paus Urbanus II, wiens wereldlijk ge-
bied volgens testamentaire beschikking met de goederen van
gravin Mathilde waren vergroot, overleden en door Paschälis II
opgevolgd. Deze geraakte met Hendrik V in twist over de
investituur. Men verstond daardoor de plechtigheid, welke
bij het verleien met, of schenken van een leengoed of eene
waardigheid plaats had, en die daarin bestond, dat de leen-
heer in het openbaar een zwaard, eene lans, eene stroowisch
of iets dergelijks aan den leenman gaf ten teeken, dat deze
met het leengoed of de waardigheid werd beleend. De teeke-
nen der bisschoppelijke waardigheid bestonden in een kromstaf
of krootse en een ring, en nu kwam Paschidis II ertegen