Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.166
Zwaben wenschte in zijne plaats te treden, en wist het door
beloften en geschenken zoover te brengen, dat hij in 1077
tot koning werd verkozen. Hij vond echter geen steun bij
de steden, die hem den Papenkoning noemden, omdat hij,
bij hetgeen hij den Duitschen vorsten had bewilligd, ook nog
onbepaalde gehoorzaamheid aan Gregorius VII had beloofd.
Daar Hendrik IV na zijne vernedering het volk steeds met
welwillendheid bleef behandelen, vond hij na zijne terugkomst
uit Italië steun bij de steden, en zoo slaagde hij erin, spoe-
dig een leger te velde te brengen, waarmede hij zijn tegen-
koning, die naar Saksen gevlucht was, kon bestrijden. Hij
verklaarde dezen van ^ijn hertogdom Zwaben vervallen en
schonk het aan Frederik van Hohenstaufen. Bitter had
Duitschland te lijden van den burgeroorlog, die nu werd
gevoerd. De beide tegenstanders verzochten Gregorius VII
uitspraak te doen, doch deze talmde, totdat Rudolf door het
krijgstalent van den Sakser Otto van Nordheim eene schitte-
rende overwinning op Hendrik had behaald. Gregorius erkende
nu Rudolf tot koning en deed Hendrik opnieuw in den ban.
Deze wist echter spoedig een nieuw leger op de been te
brengen, en riep toen te Mainz eene vergadering van Duitsche
bisschoppen bijeen, die Gregorius van zijne waardigheid ver-
vallen verklaarden en in zijne plaats zijn meest verbitterden
vijand, den bisschop van Ravenna verkozen, die den naam
Clemens III aannam. Weldra kwam het tusschen Hendrik
en Rudolf bij Merseburg opnieuw tot een slag. Reeds neigde
zich de overwinning, alweder door de krijgskunst van Otto
van Nordheim, tot de zijde van Rudolf, toen deze, volgens
de overlevering, door den hertog Godfried van Bouillon doode-
lijk werd gewond. Stervend zou hij dun rechterarm, waarvan
de hand was afgehouwen, hebben opgeheven met de woorden:
„Dit was de hand, waarmede ik eens mijn koning trouw
zwoer!"
Nu Hendrik van zijn grootsten vijand in Duitschland was ver-
lost, liet hij daar de leiding van de zaken aan Frederik van Ho-