Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.165
liet Gregorius op dringend verzoek van Mathilde den ge-
folterden man voor zich verschijnen. Hij liet hem zweren
zich aan zijne uitspraken te onderwerpen, en nooit op iemand
wraak te nemen wegens het gebeurde, en hief toen den
banvloek op. Nu nam Gregorius den vernederden vorst
mede naar de kerk om hem de mis te laten bijwonen. Hier
riep hij hem voor het altaar, nam een gewijden ouwel, brak
dien doormidden, en sprak toen: //Gij hebt mij van zware
misdaden beschuldigd. Indien zij waar zijn, ben ik niet
waardig mijn geestelijk ambt te bekleeden. Om mijne on-
schuld te bewijzen doe ik een beroep op Gods rechtvaardigheid.
Ik slik de helft dezer heilige hostie in: God straffe mij met
een plotselingen dood, indien ik schuldig ben." De aanwe-
zigen juichten Gregorius toe, in de overtuiging, dat hij door
dit Godsoordeel zijne onschuld had bewezen. Zich daarop
weder tot Hendrik wendende, zeide hij: //Ook gij zijt van
zware misdaden beschuldigd. Bewijs door het gebruiken van
de overgebleven helft der hostie, dat gij onschuldig zijt aan
hetgeen de Duitsche vorsten u ten laste leggen." Maar
Hendrik had er den moed niet toe en verontschuldigde zich
met de opmerking, dat de vorsten, die hem beschuldigden,
afwezig waren, en zij bij zijne zuivering toch aanwezig be-
hoorden te zijn.
Toen Hendrik Canossa had verlaten, was de ontvangst,
die hem in Lombardije ten deel viel, geheel ongelijk aan die,
waarmede men hem bij zijne aankomst in Italië had vereerd.
Men wantrouwde hem. Toch was zijn hart met wrok tegen
den hoogen kerkvorst vervuld en rijpte bij hem het plan,
wraak te nemen voor de vernedering, die hij had moeten
ondergaan. Toen de Lombardische vorsten de overtuiging
kregen, dat Hendrik den ouden strijd tegen Gregorius weder
wilde aanbinden, schaarden zij zich allengs weder aan zijne zijde.
De vernedering, die Hendrik IV te Canossa had onder-
gaan, versterkte de Duitsche vorsten in hunne overtuiging,
dat zij hem door een ander moesten vervangen. Rudolf van