Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.163
van de zaligheid hier namaals en van het vervullen van
staatsbetrekkingen.
Gregorius liet het banvonnis in geheel Duitschland bekend
maken, en weldra toonde het zijne geduchte werking. De
Saksers en het groote aantal Duitsche leenvorsten, die onte-
vreden waren op Hendrik IV, stonden tegen hem op, en de
bisschop van Mainz verzoende zich met Gregorius. Daarop
kwamen de Duitsche leenvorsten bijeen om Hendrik IV van
de koninklijke waardigheid vervallen te verklaren, doch hg
verscheen in hun midden en smeekte, dat men daartoe niet
zou overgaan, ondef aanbieding van alle voorwaarden te ver-
vullen, die men hem zou stellen. Hierdoor verkreeg hij,
dat de vorsten besloten de beraadslaging over zijne vervallen-
verklaring uit te stellen, tot op eene vergadering, die te
Augsburg zou worden gehouden in tegenwoordigheid van
Gregorius VII, dien men zou uitnoodigen over te komen.
Tot op dien tijd moest Hendrik IV zich van alle regeerings-
daden onthouden en in afzondering te Spiers leven.
Gregorius VII was zeer ingenomen met het besluit der
vorsten en verklaarde zich bereid hunne beraadslagingen te
Augsburg bij te wonen. Hendrik IV daarentegen vreesde,
dat de Roomsche bisschop hem met meer gestrengheid in die
vergadering zou behandelen, dan wanneer hij een bizonder
onderhoud met hem had in Italië. Daarom besloot hij,
ofschoon het midden in den winter was, den moeilijken
tocht over de Alpen te ondernemen. Geen zijner vroegere
vrienden wilde hem vergezellen; maar in dien verlaten toe-
stand vond hij steun bij zijne gemalin Bertha, die hij in de
dagen van zijn voorspoed verwaarloosd had. Zij verklaarde
zich bereid met haar zoontje Koenraad den gevaarlijken tocht
mede te maken. Verscheidene Duitsche leenvorsten, die er
belang bij hadden, dat de over Hendrik uitgesproken banvloek
niet werd opgeheven, besloten zijn tocht te verhinderen en
bezett'en met dit doel de Alpenpassen. Hij week daarom
uit naar Bourgondië en kon toen door het gebied van Ber-